Reisverslag Tibet oktober 2000

De voorbereiding
Ongeveer een jaar geleden hadden we met Femke en Wilko afgesproken om samen naar Tibet en Nepal te gaan en nu gebeurt het dan echt. Wel grappig dat deze reis nu ook onze huwelijksreis is geworden. Niet elk pasgetrouwd stel gaat met de getuigen op vakantie... Nadat we van diverse reisorganisaties informatie hadden ontvangen, was de keuze op Koning Aap gevallen. Zij hebben de reis met het langste verblijf in Tibet. De trekking in Nepal hebben we ook voor vertrek geboekt bij Snow Leopard.
Milarepa
De naam van de reis is Milarepa. Milarepa (1040-1123 na Chr) was de belangrijkste discipel van Marpa, de Indiase (getrouwde) yogi en belangrijk vertaler van boeddhistische geschriften, tevens oprichter van de Kagyupa-sekte. Milarepa was een asceet, magiër en poëet. Men gelooft dat Milarepa in slechts één leven de verlichting tot Boeddha heeft bereikt. De 'Honderd Duizend Liederen van Milarepa' heeft hij geschreven rondom deze zoektocht naar verlichting. Milarepa heeft een belangrijke plaats in het hart van elke Tibetaan en staat veel op muurschilderingen in kloosters afgebeeld, meestal glimlachend met zijn hand aan zijn oor terwijl hij zingt. Milarepa componeerde liederen en mediteerde in grotten hoog in de bergen waar hij soms lange perioden achtereen verbleef. Maar daarnaast heeft hij intensief door de grenslanden van de Himalaya gereisd.
Zaterdag 7-10-2000/zondag 8-10-2000
We hebben een vlotte vlucht naar Beijing. We zijn blij dat we niet de oorspronkelijke vlucht hebben want dan waren we via Londen en Tasjkent gevlogen. Dat betekent eerder weggaan en later aankomen. Wij zijn nu rond 17.00 uur uit Nederland vertrokken en komen al vroeg in de ochtend in Beijing aan. Het regelen van een taxi is nog een hele onderneming. We willen vooral niet teveel betalen, maar met z'n vieren in één taxi blijkt ook problemen op te leveren. Uiteindelijk lukt het toch om met z'n vieren één taxi te nemen voor een redelijke prijs. In het Xinqiao- hotel nemen we even de tijd om bij te komen en dan gaan we op stap. We zijn vorig jaar nog in Beijing geweest zijn en hebben toen de belangrijkste bezienswaardigheden wel gezien. Alleen bij het oude zomerpaleis Yuanmingyuan zijn we toen niet geweest, dus dat willen we nu graag doen. Femke en Wilko besluiten naar het plein van de Hemelse Vrede (Tiananmen-square) te gaan, dus gaan we met zijn tweeen met de metro. Ons hotel ligt aan een metrohalte en het zomerpaleis is vanaf de metro met de bus goed bereikbaar. De bus kunnen we echter niet vinden, dus besluiten we een taxi te nemen. Het oude zomerpaleis ligt lekker rustig net buiten de stad.

De tuinen bestaan uit een groot aantal meertjes die grotendeels vol zitten met waterlelies. En daar zitten allemaal vissers tussen. We balen wel een beetje als we nog weer voor 15 Yuan per persoon extra entreekaartjes moeten kopen om in het gedeelte te komen waar ze stukken van het paleis herbouwd hebben (Yuanmingyuan ruins of European Palaces). Er staan een aantal aardige constructies, maar het ziet er wel erg nieuw uit. We nemen weer een taxi terug naar het metrostation. Ik ben toch nog een beetje moe van de reis en zit dan ook een beetje te dommelen. Michael is een stuk wakkerder en hij maakt nog wat leuke video-opnamen van het drukke verkeer. Dan gaan we weer een stuk met de metro. De kaartjes kosten bijna niets en de treinen rijden zeer vaak. Een ideaal vervoersmiddel dus. Michael wil graag nog een stuk wandelen, dus we stappen bij het Plein van de Hemelse Vrede (Tiananmen-square) uit en lopen via achterstraatjes terug naar het hotel. Hier komen nauwelijks auto's. We gluren steeds naar binnen in de steegjes waaraan de huizen liggen (Hutongs). Op diverse plaatsen wordt ook koopwaar aangeboden. Helaas ruik je de openbare toiletten al van een afstand en dan kun je maar het beste heel snel doorlopen.
Als we weer in het hotel komen, blijkt dat de reisleider Femke en Wilko heeft gebeld en ze hebben met de groep afgesproken in de lobby. De afspraak is om samen te gaan eten. Samen met Femke en Wilko wachten we op de groep. Wilko denkt ze op een gegeven moment gevonden te hebben, maar dat blijkt een andere groep van Koning Aap te zijn. Maar dan is onze groep er ook. We stellen ons aan iedereen voor en lopen dan naar het restaurant waar Dennis (de reisleider) gereserveerd heeft. Er worden allerlei verschillende Chinese gerechten voor ons klaargemaakt en het smaakt heerlijk. De groep blijkt uit tien personen en een reisleider te bestaan. Wij vieren natuurlijk, André en Ragnhilda uit België, Maud uit Apeldoorn, Laurens uit Den Haag en Jack en Mariëlle uit Zuthpen. Na het eten wandelen we naar het Plein van de Hemelse Vrede/Tiananmen square.
Maandag 9-10-2000
Omdat we vanavond alweer vertrekken, moeten we de bagage vanochtend al gepakt hebben. Die kunnen we in de lobby achterlaten bij de bellboy. Als we dat gedaan hebben huren we samen met Femke en Wilko een viertal fietsen bij ons hotel. We besluiten naar de Lama tempel te fietsen. Wij zijn daar vorig jaar al geweest, maar Femke en Wilko hebben 'm nog nooit gezien. En het is zeker de moeite waard om hier nog eens terug te komen. Helaas is het weer een stuk minder als gisteren. We twijfelden zelfs even of we wel wilden gaan fietsen toen het zachtjes begon te miezeren, maar gelukkig blijft het bij een paar druppels. We fietsen over de grote wegen naar de Lama-tempel. Het stikt hier van de fietsers en je moet goed opletten om nergens tegen aan te rijden. Gelukkig gaat het allemaal wel vrij rustig.

De Lama tempel is een boeddhistische tempel, dus we kunnen vast wennen aan de gebedsvlaggen. Het is een prachtige roodgeschilderde tempel met gouden daken en mooie dakruiters. We kijken rustig rond en vertrekken dan bijtijds weer richting het hotel. Deze keer nemen we de straatjes tussen de Hutongs. Af en toe komen we toch weer op de hoofdweg en dan steken we maar eens over om de woonwijken aan de andere kant te bekijken.
We zijn rond de middag terug in het hotel om de fietsen in te leveren. Om één uur heeft de hele groep zich verzameld en blijkt dat we naar de bushalte moeten lopen. Daar hadden we eigenlijk niet op gerekend en het blijkt ook nog eens een vrij lange wandeling te zijn. De rest van de groep heeft dit stuk gisteren ook al gelopen toen ze van het vliegveld kwamen en iedereen baalt een beetje van de zuinigheid van Koning Aap. Michael zeker, want wij hebben maar één rugzak en die draag ik. Hij loopt dus met een vrij zware sporttas te zeulen. Op het busstation kunnen we gelukkig wel vrijwel meteen in de bus stappen, zodat we weer een beetje bij kunnen komen. De reis naar het vliegveld gaat voorspoedig en omdat de vlucht naar Cheng Du pas om 16.30 uur gaat, hebben we alle tijd om rustig ons boek te lezen. In China hebben ze wel bijzondere regels voor luchthavenbelasting. Ook bij binnenlandse vluchten moet deze betaald worden, dus we zijn weer 50 Yuan per persoon armer. Het is gelukkig een vrij korte vlucht naar Cheng Du. We worden opgehaald door een busje en slapen in een Tibetaans hotel in een buitenwijk. Ze hebben hier een prachtige maquette van de Potala op de eerste verdieping. We lopen een blokje om, maar veel bijzonders is er niet te zien. Behalve dan de 'kapsters' in wel erg uitdagende kleding! Dennis verteld ons later dat prostitutie illegaal is, vandaar dat de hoertjes zich als kapsters voordoen.
We slapen goed, hoewel we een keer wakker gebeld worden. Net als vorig jaar in Beijing blijken hier hoertjes in het hotel te zitten, die de kamers afbellen om hun diensten aan te bieden..
Dinsdag 10-10-2000
Al om vijf uur vanmorgen vertrekt de bus naar het vliegveld. We moeten opnieuw per persoon 50 Yuan luchthavenbelasting betalen. En dan om 6.30 uur de vlucht naar Lhasa. Al snel hebben we een prachtig uitzicht op de bergen. En dan staan we op het vliegveld midden tussen de bergen. Geweldig, we zijn er echt! Gelukkig vallen we niet meteen om door de ijle lucht, het is hier tenslotte wel 3700 meter hoog.
Ongeveer twee uur duurt de rit per minibus naar Lhasa. We genieten van het landschap en de dorpjes waar we doorheen rijden. Overal loopt het vee gewoon op straat. De bus moet af en toe volledig tot stilstand komen om de beesten te ontwijken. Lhasa zien we al vanaf ver liggen, een enorme smogwolk ligt boven de stad. Dat hadden we eigenlijk niet verwacht.

We stoppen nog even bij een heilige plaats, waar in een soort grot muurschilderingen aangebracht zijn. We rijden een behoorlijke tijd door de buitenwijken van Lhasa voordat we in het centrum van de stad komen. De bus komt hier regelmatig stil te staan door het drukke verkeer. De straatjes zijn maar smal en van éénrichtingverkeer hebben ze hier nog nooit gehoord. Dan moet één van de twee dus achteruit om de ander er langs te laten. En iedereen schijnt te hopen dat de ander degene is die achteruit zal gaan. Uiteindelijk komen we bij ons hotel, het Mandala Hotel, wat aan het Barkhor circuit, midden in het oude centrum blijkt te liggen. We brengen onze bagage naar boven en zijn dolblij dat wij een kamer op de eerste verdieping hebben. We zijn namelijk buiten adem als we boven komen. In het hotel liggen instructies voor toeristen en wat zij allemaal niet mogen doen: meedoen aan demonstraties, meerijden op tractoren etc etc. Ons hotel ligt dus aan het Barkhor circuit, dit is de 800 meter lange pelgrimsroute die rondom de Jokhang, het spirituele centrum van Lhasa, loopt. Het Barkhor-plein is het centrale plein in het Tibetaanse deel van de stad. Tegenwoordig beslaat deze wijk nog slechts 4% van de totale oppervlakte van Lhasa. Het lijkt wel of je terug bent in de middeleeuwen als je hier rondloopt. Pelgrims vanuit o.a. Kham en Amdo lopen hier met de klok mee rondjes om het klooster en voor de hoofdingang van de Jokhang worden de hele dag wierrookvuurtjes gestookt in zogenaamde sangkangs (wierrookbranders). Soms zie je ook prostreerende pelgrims langskomen, zijn doen drie stappen vooruit, steken de handen in de lucht, brengen de handen voor de borst en dan naar voren, waarna ze ter aarde vallen om de handen van daaruit nog eens in de lucht te richten. Dan staan ze weer op en beginnen van voor af aan. Overal op het circuit staan tevens stalletjes die van alles verkopen aan zowel Tibetanen of toeristen. Men verkoopt er souvenirs van dubieuze kwaliteit, maar ook gespecialiseerde items als hoeden, thanka's, kleden, kathaks (gebedssjaaltjes), gebedsvlaggen en kleding. Gelukkig zien we vooral Tibetanen en lopen er nauwelijks andere toeristen rond. Zoals de Lonely Planet ons al heeft voorspeld worden we hier meteen verliefd op Tibet.
We hebben meteen afgesproken om met de groep ergens een welkomstdrankje te nemen. We gaan naar een restaurant aan het Barkhor plein dat over een dakterras beschikt. We krijgen als welkomstdrankje Jakboterthee en dat is dan meteen de eerste en de laatste keer dat we dit goedje drinken. Je kunt het het beste vergelijken met het drinken van thee gemaakt van kaarsvet, smerig dus. De gewone thee smaakt een stuk beter en de lunch is ook best smakelijk (pannenkoeken, noodles etc). Iedereen is het er trouwens over eens dat het meisje dat ons bedient een schoonheid genoemd kan worden. Ze is heel erg verlegen, maar blijft lief naar ons lachen.
Na de thee gaan we een rondje lopen op het Barkhor plein. We kijken echt onze ogen uit. De vrouwen lopen in donkere jurken met gekleurde schortjes, de monniken in rode gewaden en allemaal zien ze er zo bijzonder uit. We vinden een plekje op de hoek van het Barkhor circuit en schieten daar een heleboel foto's en maken wat video-opnames. Helaas blijken de foto's later een beetje overbelicht, want het nieuwe rolletjes wat we in het toestel deden bleek 400 ASA te zijn. Dat is een beetje veel bij felle zon.

Na ons een tijdje op het Barkhor circuit vermaakt te hebben, besluiten we vast een kijkje in de Jokhang te nemen. De Jokhang-tempel is gebouwd tussen 638 en 647 in opdracht van koningin Bhrikuti, de Nepalese vrouw van koning Songtsen Gampo. De hoofdingang van de Johkang is enigszins verborgen door de grote doeken die ervoor hangen (typisch Tibetaans).

Omdat de hoofdingang van de Jokhang dicht is, gaan we via de zij-ingang naar binnen. In de centrale hal houden een aantal monniken een dienst. De monniken slaan op een trommel en ze mompelen hun gebeden. We maken mooie video-opnames, maar omdat het zo donker is is fotograferen onmogelijk. Aan een andere kant van de centrale hal staan honderden kaarsen te branden. Men gebruikt daarvoor koperen kandelaars die door de pelgrims worden gevuld met jakboter of Ghee (een Indiase vetsoort). Continu zijn mensen bezig om de opgebrande kandelaars weg te halen en de kandelaars daarna opnieuw te rangschikken. Bij de zij-ingang zagen we een aantal mensen in de weer om de kandelaars die terugkomen zuiver te maken zodat deze hergebruikt kunnen worden. Vervolgens gaan we naar het dak. Hier bevinden zich de vertrekken van de monniken.

Als we op de eerste verdieping staan, komt er in de centrale hal een hele groep pelgrims naar de waterpomp, waar ze elkaar verdringen voor een beetje water. Ze wassen hun haar en drinken wat. Een prachtig gezicht.

Op het dak hebben we ook een prachtig uitzicht op de bergen, de Potala en het Barkhor plein. Het dak is een klein doolhof van verschillende verdiepingen, trapjes en platjes. Het hele dak bevat prachtige gouden versieringen, waar we natuurlijk ook diverse foto's van maken.

Om het bezoek aan de Jokhang gepast af te sluiten, lopen we de Nangkhor Kora. De Nangkhor kora is de pelgrimsroute binnen in de Jokhang, het is een soort galerij die helemaal volhangt met gebedsmolens. Op elke gebedsmolen bevindt zich de tekst om mani padme hum en de pelgrims mompelen deze tekst ook als zijn hun eigen gebedmolentje ronddraaien. De pelgrims lopen eerst deze galerij rond (altijd in drievoud) en zetten elke molen in beweging alvorens de tempel te betreden. We lopen 'm zelfs twee keer, want we vinden het zo mooi dat we nog een keer extra gaan om de hele route te kunnen filmen. We maken ook een aantal prachtige foto's van een pelgrim die midden in de zon speciaal voor ons stil blijft staan. In de centrale hal passeert ons ook nog de hoofdmonnik die zijn bril wel bijzonder hoog heeft zitten.
Nadat we de Jokhang bezocht hebben, gaan we opnieuw naar het dakterras, waar we vanochtend geweest zijn, om wat te drinken. We maken meteen maar vast een foto van het bedienende meisje, want ze is een foto zeker waard.

's Avonds eten we met de groep bij een restaurant wat we later "het restaurant met de groene parasolletjes" zullen noemen. Ze hebben hier een prachtige oude bar, terwijl daarnaast een drietal internetpc's opgesteld zijn. Hier zullen we voor het eerst kennis maken met de Tibetaanse bedieningsmethoden. Men maakt er hier geen punt van (sterker nog het lijkt meer een gewoonte) om het hoofdgerecht te serveren voor de soep. Of binnen een groep heeft de ene persoon al drie gerechten gekregen, terwijl de ander nog niets heeft gehad. Daar komt nog bij dat ze zo onduidelijk spreken dat het vaak voor zal gaan komen dat iemand het gerecht van iemand anders opeet.
Deze eerste dag hebben we gelukkig nog geen problemen met de hoogte. We zullen proberen het de komende dagen nog even rustig aan te doen en we zullen proberen voldoende te drinken (per dag één liter per 1000 meter).
Woensdag 11-10-2000
Vandaag hebben we lekker uitgeslapen. Allereerst lopen we opnieuw het Barkhor circuit, maar deze keer wijken we af en toe van de route af om de diverse aanliggende tempels te bekijken. We lunchen bij het restaurant waar we de eerste dag de welkomstdrank hebben gehad. Ik neem chickenspringrol een soort kip-loempia. Helaas zijn de stukjes kip die in de loempia zitten niet van al te beste kwaliteit, dus ik heb spijt dat ik niet zoals Michael een jak-burger heb genomen.

Op de foto's: een tempel die gevuld is met een enorme gebedstrommel. Een aantal mensen moet tegelijkertijd aan de trommel draaien om het ding in beweging te houden. Een Tibetaans straatje. Twee dametjes die zo mooi tegen de muur met hun gebedsmolen stonden te draaien dat ze wel op de foto en video moesten. We hebben ze in de display van de video naar zichzelf laten kijken en toen had je ze moeten horen lachen!

Om zes uur hebben we met de groep bij de Jokhang afgesproken, waar rond die tijd een dienst moet beginnen. Net buiten de Jokhang zitten een aantal prachtige mensen op de grond. Die moeten natuurlijk weer op de foto.

In de centrale hal houden een aantal monniken een dienst. Er wordt op de trommel geslagen en ze mompelen hun gebeden. Binnen in het Inner Sanctum begint ook een dienst en we staan daar lange tijd van te genieten. Niet alle monniken zijn even serieus met het prevelen van de gebeden, sommigen zitten propjes naar elkaar te gooien! Helaas zijn de meeste kapelletjes gesloten en kunnen we alleen hier en daar een vluchtige blik naar binnen werpen. Het is hier ook enorm donker. De combinatie van pelgrims, biddende monniken, kaarslicht en veelkleurige beelden en doeken levert een bijzondere ervaring. Als we weer in de centrale hal komen, zit Femke op de grond, omringd door een groepje pelgrims. Ze zijn zeer geïnteresseerd in haar en de Lonely Planet die ze zit door te bladeren.

's Avonds eten we bij een klein restaurantje, er was maar liefst keuze uit twee gerechten, noodles of rijst met een jak-burger. De cola's moeten ze nog even gaan halen bij de buren, maar dan staat het eten snel op tafel. Jak eten ze hier trouwens evenveel als in Nederland rund wordt gegeten. Wij kiezen de noodles en moeten daar maar liefst vijf Yuan per portie voor betalen. Samen met Laurens en Mariëlle moet ik erg lachen als we van het toilet gebruik willen maken. Het is al donker en daarom gaat één van de serveersters met ons mee. Ze loopt met een grote zaklamp voor ons uit. We steken een binnenplaats over en moeten dan door een nauw steegje een trap op. We zien geen hand voor ogen, dus het wordt al aardig spannend. Boven dirigeert de serveerster Laurens door de eerste deur, dat is blijkbaar het herentoilet. Wij mogen een deur verder. Er zitten twee gaten in de grond en that's it. De dame blijft met de zaklamp in de deuropening staan en schijnt een beetje in de buurt van onze voeten. We moeten nu eenmaal nodig dus zetten we ons over onze gene heen en maken maar gebruik van het toilet. Laurens heeft intussen in het donker ook het gat in de vloer gevonden en tot zijn geluk is hij er niet ingevallen. Lachend komen we terug in het restaurant. We hebben weer een waar avontuur beleefd.
Donderdag 12-10-2000
We hebben fietsen gehuurd en zijn we naar het klooster van Drepung gefietst. Dat ligt acht kilometer ten westen van Lhasa. We raakten Femke en Wilko al snel kwijt. Naar wij dachten omdat ze foto's van de Potala (dat beroemde rood/witte klooster dat ver boven Lhasa uitsteekt) aan het maken waren, maar later bleek dat Femke last had van de hoogte. We passeren onderweg het beeld van de gouden jaks. Dit beeld is op 26 mei 1991 onthuld ter ere van de 40ste verjaardag van de "bevrijding" van Tibet. I.v.m. de festiviteiten kondigden de Chinezen een noodwet af, werden alle buitenlandse journalisten verbannen en moesten alle buitenlandse toeristen in hun hotel blijven.
Het laatste stuk fietsen ging al moeizaam met een zachte achterband en asfalt dat niet meer terug te vinden was. Maar toen wachtte ons nog een klim naar boven. Vlak voor de klim komen we de andere reisgenoten tegen. Zij zijn vanochtend al vroeg met de bus vertrokken, maar die bleek geteisterd te worden door pech. Vlak voor onze ogen begeeft de bus het opnieuw, dus wij fietsen ze lachend voorbij. Als ze uiteindelijk overgestapt in een andere bus ons weer voorbij scheuren, lachen zij natuurlijk weer. Volgens de Lonely Planet moeten we 500 meter klimmen, maar het voelde als veel meer. Al snel moeten we afstappen en wandelen we verder. Laurens is de enige die nog lange tijd op de fiets kan blijven zitten, maar dat vinden wij toch veel te vermoeiend.
Boven moest ik toch echt naar het toilet en dat heb ik geweten. Het smerigste toilet tot dusver. Niet alleen een gat in de grond, maar ook vol smeer. Naar ik van Michael heb begrepen was het bij de heren nog smeriger!!
Gelukkig was het fietsen niet voor niets. In zijn gloriedagen waren er bijna 10.000 monniken aanwezig in het Drepung klooster. Het bestaat uit een reeks witte gebouwen die opgestapeld zijn tegen de Gyengbuwudze-berg. Van beneden af lijkt het dan ook meer op een stadje dan een klooster. Het kloosterterrein bevat allerlei trapjes, kapelletjes, gangetjes en een aantal prachtige monniken en pelgrims. Drepung is gesticht in 1416 en was ooit het grootste en rijkste klooster ter wereld. Ook politiek is Drepung lange tijd een invloedrijk centrum geweest. Als je binnen in de tempels foto's wilt maken, dan vergaat de lol je snel. In elke afzonderlijke tempel wordt geld gevraagd voor het nemen van foto's. In dit klooster loopt het van 10 tot ongeveer 50 yuan (1 yuan = f 0,25). En dat terwijl we toch per persoon ook al 30 Yuan entree betaald hebben.


We zijn zover mogelijk door naar boven geklommen en bereikten uiteindelijk de hoogte van 3930 meter. Voor mij zeker een hoogterecord. We komen ook nog door de keuken van het klooster en zien de immense ketels die gebruikt worden om voor de monniken te koken. Beneden drinken we nog met de groep een cola als de eigenaar even weggaat. Hij wuift dat we rustig kunnen blijven zitten en schuift vervolgens een schot voor de uitgang! Omdat hij erg lang wegbleef, hebben we uiteindelijk maar geld neergelegd en zijn we weggegaan. Femke en Wilko waren intussen ook weer aangesloten, dus gingen we met z'n zevenen terug naar de stad.

We zien onderweg een groep pelgrims met jaks. Helaas hebben de mensen liever niet dat we foto's maken. Wel maak ik nog een prachtige foto van de avondzon op het graan en de bergen. En bij de Potala staan we ongeveer een half uur te wachten tot de zon achter de wolken vandaan komt. Helaas draaien er steeds nieuwe wolken voor de zon, dus uiteindelijk maak ik maar een foto zonder zon (die niet de moeite waard is geworden).
's Avonds eten we bij het restaurant waar we de eerste dag al twee keer geweest zijn en dit keer is het heerlijk. Wel erg pittig die Jak Chili van mij en Femke. Hetzelfde lieve meisje van de vorige dagen bedient ons weer. Met één van de twee Belgen heb ik trouwens een bijzondere connectie. Ze is min of meer een collega van me geweest, want ze werkt als finance manager bij Mobistar Belgie en dat heeft Cellway Belgie overgenomen.
Na het eten gaan we stappen met een groep Tibetanen. We gaan naar een uitgaansgelegenheid waar Chinezen niet binnengelaten worden. Wij zijn de enige toeristen. Er wordt door diverse mensen opgetreden en wij zijn nog niet echt gewend aan de Tibetaanse muziek. We blijven dus niet al te lang.
Vrijdag 13-10-2000


We gaan dan eindelijk de Potala bekijken. We spreken al om acht uur af, want het ontbijten duurde gisteren erg lang. We kiezen ook een ander restaurant. 'There is a rat in the kitchen' is een hit van UB40 en was hier toepasselijk. Het duurt weer lang voordat we allemaal gegeten hebben, dus gaan we met een riksja naar de Potala. We proberen er een wedstrijd van te maken, maar de chauffeurs annex fietsers doen het rustig aan. De Potala heeft dertien verdiepingen en is meer dan 117 meter hoog. Het is de winterresidentie van de Dalai Lama's. Het complex bestaat uit een wit en een rood paleis met een klein geel gebouw ertussen. Het witte paleis was voor seculier gebruik. Het bevat de woonvertrekken, de kantoren, het seminarium en de drukkerij. Het rode paleis met haar vele tempels had een religieuze functie. Naast talloze tempels bevat het rode paleis ook de gouden tombes van de Dalai Lama's. In het middelste gele gebouw zijn de enorme, met heilige symbolen geborduurde banieren (tanka's) opgeborgen die tijdens de nieuwjaarsfeesten over de zuidkant van het paleis werden uitgehangen. We moeten heel wat trappen op (150 meter) voordat we eindelijk op het dak van het paleis zijn. Als buitenlander betaal je een flinke meerprijs (40 Yuan) ten opzichte van de lokale bevolking die voor één yuan naar binnen mag. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat de lokale bevolking op enkele tientallen plaatsen geld doneert aan de 'goden'. Dit geld wordt door de monniken ijverig verzameld en het is onduidelijk of dit voor 'heilige' doeleinden wordt gebruikt, dan wel dat men dit geld moet afdragen aan de Chinese overheid. Het uitzicht vanaf het dak van de Potala valt helaas tegen, we zien voornamelijk flats. Het valt wel op dat het oude Tibetaanse deel tegenwoordig nog maar een klein deel van de totale stad uitmaakt. We betalen tien Yuan extra om op het dak van het rode paleis te mogen kijken. Doordat we maar een klein stukje kunnen betreden hebben we niet veel meer uitzicht dan eerder.

Als bijna alle leden van de groep boven zijn (alleen Femke en Wilko zijn niet naar boven gekomen) stelt de reisleider voor een groepsfoto in klederdracht te maken. Een ware verkleedpartij volgt, waarna een groep Chinezen met al onze camera's foto's van ons gaat maken. Ze gebruiken echter ook allemaal hun eigen camera om ons te fotograferen. We denken dat we binnenkort wel beroemd zullen zijn in China!
Dan verder met de toer door het paleis. In de kapellen maken we maar geen foto's, want ze presteren het om 150 Yuan per gemaakte foto te vragen! Een van de kapellen bevat trouwens prachtige maquettes van het onderkomen van één van de goden die in het Boeddhisme voorkomt. We maken trouwens wel een aantal foto's van de deuren die de kapellen afsluiten van de gang. Die zijn hier echt prachtig.

Nadat we weer beneden zijn, gebruiken we de lunch (daar maken we maar geen woorden aan vuil) en wandelen vervolgens naar het zomerpaleis van de Dalai Lama, Norbulingka. Shöl, het dorpje dat aan de voet van de Potala lag is vrijwel geheel verdwenen. Recht voor de Potala is in plaats daarvan een openbaar plein in de steil van Tiananmen-square gecreëerd. Norbulinka lag vroeger enkele kilometers buiten de stad. De Chinese bezetters hebben er in de afgelopen 50 jaar voor gezorgd dat de populatie van Tibet flink is toegenomen door Chinese gezinnen te stimuleren naar deze provincie te verhuizen. Vrijwillig of gedwongen zijn dan ook honderdduizenden gezinnen in Tibet gehuisvest. In Lhasa is het inwonertal toegenomen van tussen de 20 en 30 duizend naar 150 duizend inwoners. Om woonruimte te creëren is de hele weg tussen de oude stad en het zomerpaleis volgebouwd. De nieuwe gebouwen die men heeft neergezet hebben niets weg van de originele Tibetaanse behuizing. Je komt de nieuwe bouwstijl tegenwoordig overal in Tibet tegen. Betonnen gebouwen van maximaal drie verdiepingen met witte badkamertegels en blauwgetinte ruitjes. De ruimtes op de benedenverdieping hebben allen een rolluik en de ruimten zelf doen in de meeste gevallen dienst als winkel of restaurant. Overigens lijkt het alsof er sneller nieuwe huizen neergezet worden dan er winkels geopend kunnen worden. Veel van de "winkel"-ruimtes staan op het moment leeg. Als we een eind gelopen hebben komen we langs een slager, waar de vissen uit de bak springen waar ze in zitten. Als we wat dichter bij gaan kijken blijken ze er levende slangen in een grote tas te hebben. Ze maken Jack even aan het schrikken door met één van de slangen op hem af te komen.

Natuurlijk maken we nog een paar foto's van de Potala. Jammer van die Chinese vlag die ervoor hangt. En wie schrikt die duiven toch op?

Het zomerpaleis is niet echt veel bijzonders en we kunnen maar op weinig plekken binnen kijken. Bovendien is bij mij is het eten niet zo lekker gevallen, dus ik wil graag naar het toilet in het hotel. Die in het zomerpaleis heb ik ook bewonderd trouwers. Er zit gewoon een beerput onder dat gat in de grond!
In het hotel voor het eerst een echt warm bad. Zalig. We brengen onze was heel luxe naar de service van het hotel en gaan maar weer eens uit eten.
Zaterdag 14-10-2000
Om acht uur zitten we aan het ontbijt in het hotel. Het duurt weer vrij lang vandaag, maar we zijn toch om negen uur klaar om met een minibus te vertrekken richting Ganden. Dit klooster ligt op een heuveltop op 63 kilometer afstand van Lhasa. We nemen een lunchbox mee uit het restaurant. Het is een flinke rit. Aanvankelijk over een vlakke asfaltweg. De chauffeur moet goed opletten, want alle beesten lopen hier los en ze hebben nog wel eens de neiging om onverwacht de weg over te steken. Na anderhalf uur stoppen we bij een dorpje waar ze graan aan het dorsen zijn. Ze hebben wel een machine waar ze het graan splitsen van de stengel, maar verder is het allemaal handwerk. We maken een paar foto's.

We blijken hier aan de voet te staan van de berg waar het Ganden klooster op ligt. Vanaf nu moet de bus dus omhoog. Als we nog niet halverwege zijn begint de bus te stinken en stopt de chauffeur. Hij gaat onder de bus iets repareren, maar wat? Na een paar minuten is de reparatie voltooid en gaan we verder naar boven. Bij de ingang van het klooster koop ik een gebedsvlag, die ik straks op het hoogste punt op wil hangen.

Het Ganden-klooster is gesticht in 1409 door Zongkaba en blijkt een vrij groot complex te zijn. Het is de bakermat van de Gelugpa-sekte en is bij het begin van de Culturele Revolutie bijna geheel verwoest. Intussen is het grotendeels gerestaureerd. In Ganden worden ook Tibetaanse gebedsboeken met de hand gedrukt. We ontdekken al gauw dat we de binnenkant niet al te interessant vinden, hoewel we er nog wel een mooie foto maken. Het is hier zowaar toegestaan om foto's te maken zonder daarvoor een extreem bedrag te betalen. De standaardentree voor het klooster bedraagt 25 Yuan per persoon.
Samen met Laurens gaan we daarom de hoge Kora lopen. De eerste tijd is het pad vlak en loopt het weg van het klooster. Dan gaat het pad ineens toch vrij steil omhoog. Nadat we even gepauzeerd hebben, realiseren we ons dat we een afslag gemist hebben en nog verder omhoog moeten. We besluiten dwars over de berg over te steken naar het andere pad. Dat valt niet mee, zo schuin langs een rots lopen als er geen pad is. Laurens ontdekt dat hij zijn fotocamera heeft laten liggen bij de rustplek. Hij gaat terug, terwijl wij langzaam doorlopen en regelmatig even rusten om op adem te komen. Als we denken bij de top te zijn, komen er weer twee nieuwe hogere toppen te voorschijn.

Als we dan eindelijk op de echte top komen, hang ik mijn gebedsvlag tussen de honderden die hier al hangen. De meeste zijn al helemaal verkleurd door de zon, maar mijne heeft nog prachtige felle kleuren. Natuurlijk maken we ook een foto van Michael op de top van al die gebedsvlaggetjes. We rusten hier ook maar even uit en genieten van de meegebrachte lunch en een prachtige uitzicht over de Kyichu-vallei en de verafgelegen prachtige sneeuwberg. Later onderzoek leert dat deze berg op zo'n 100 kilometer afstand ligt en 7115 meter hoog is. Wij zijn zelf van 4300 meter naar 4575 meter geklommen. De weg naar beneden is erg uitgesleten door de pelgrims (soms ligt het pad ruim een halve meter dieper dan de omringende grond) en af en toe glijden we weg op wat losse stenen.
Iets voor half drie zijn we weer op de parkeerplaats, waar we de andere groepsleden aantreffen. Om half drie gaan we met de bus terug naar beneden.
Na ruim een uur in de bus, heb ik het enorm warm gekregen. Ik zit bij het raam, waar de zon vol naar binnen schijnt. Ik verplaats me naar de achterbank, waar ik in de schaduw kan zitten. Ik zit nog nauwelijks als de chauffeur met een rotgang door een enorme kuil rijdt. De achterkant van de bus verandert in een stofwolk en de raampjes moeten open om dat weer weg te laten trekken. In Lhasa krijgen we vlak bij het hotel weer het bekende geduw en gedraai in de smalle straatjes. Niemand wil achteruit, maar we kunnen echt niet met z'n allen vooruit. Uiteindelijk zijn we dan om vier uur weer in het hotel. We nemen een lekker warm bad en gaan om half 7 weer met de groep uit eten.
Zondag 15-10-2000
We slapen uit en komen toch vrijwel de gehele groep tegen bij het ontbijt. Zij hebben besloten met de taxi naar het Sera klooster te gaan. Wij gaan liever fietsen. We rijden over lange verharde wegen door met name Chinese wijken om bij het Sera klooster te komen. Het Sera-kloosterdorp ligt drie kilometer ten noorden van Lhasa aan de voet van de Tatipu-heuvel. Sera was beroemd om z'n tantrisch onderwijs.

We willen de kora lopen, maar kunnen eigenlijk niet ontdekken of deze nu binnen of buiten de muren van het klooster loopt. Omdat we geen zin hebben om terug te lopen naar de ingang, blijven we binnen de muren lopen. We zien een bijzondere vogel, de hop, en weten deze zelfs op de foto te zetten. Af en toe kijken we ergens binnen, maar we hebben geen zin om alles uitgebreid te bekijken (kloostermoeheid heeft toegeslagen). De rotsschilderingen zijn wel erg mooi en we lopen een eindje buiten de muren om ze allemaal te kunnen bewonderen. Eén van de schilderingen langs de hoofdweg in het klooster blijkt op de voorkant van de Lonely Planet te staan. We maken nog wel een mooie foto van een monnik die jakboterthee aan het maken is. Goede energievoorziening hebben ze hier: aluminiumplaten om je keteltje water door de zon op te laten warmen. We gaan buiten het klooster eten bij Snowland snacks. We horen al een tijdje wat roerbakgeluiden als we ineens het geluid horen van een losspringende gasleiding. Gelukkig volgt geen explosie, maar ik zit nog een tijdje na te bibberen van de schrik. We eten uiteindelijk noodlesoep met Cola voor achttien Yuan (nog geen vijf gulden). Als we opnieuw het klooster in willen worden we aangehouden. We moeten een kaartje kopen. Na enig zoeken vinden we onze kaartjes (als boekenleggen in de Lonely Planet) en mogen we toch weer naar binnen. Daar blijkt het debat vandaag niet gehouden te worden omdat het zondag is. Als we ook nog herkend worden door mensen van de Djoser groep uit het hotel, gaan we gauw weg. Op de terugweg andere weg, opnieuw door de Chinese wijk. We gaan opnieuw lekkere badderen en om half 7 eten we met de groep bij de groene parasolletjes.
Maandag 16-10-2000
Vandaag hebben we een vrij dagje om te shoppen. We staan redelijk bijtijds op omdat we van alles willen halen. Eerst gaan we naar een tweetal sportzaken, waar ik een afritsbroek koop en we allebei een luxe regenbroek kopen. Michael koopt ook nog een bandje voor de video. We worden volgens mij steeds enorm afgezet, maar we hebben geen zin in onderhandelen. We halen ook wat fruit, want dat kan ook nooit kwaad. Voor de lunch hebben we met Femke en Wilko afgesproken en vervolgens gaan we met z'n 4-en op souvenirjacht. Die mislukt echter volledig voor ons, we kopen helemaal niets.
We besluiten onze tijd maar nuttig te gebruiken door nog wat mooie foto's van de pelgrims te maken.


Om 7 uur hebben we opnieuw met de groep afgesproken bij de groene parasolletjes. Ik bestel een tomaten-ei soep en een jak-burger. De soep is heerlijk, maar de jak-burger is nog koud. Ik stuur 'm terug naar de keuken, maar als íe terugkomt is íe nog steeds koud. Ik neem nog één hap, maar heb er dan helemaal geen zin meer in. Ik krijg het warm en voel me helemaal niet lekker. Ik ga voordat iedereen uitgegeten is terug naar het hotel, waar ik met koorts vroeg in bed duik.
Dinsdag 17-10-2000
Vanmorgen vertrekken we met drie jeeps uit Lhasa. Wij gaan samen met Femke en Wilko in één jeep. De chauffeur begint al snel te rochelen, dus dat gaat goed. Ik heb nog steeds koorts en kramp in mijn maag. We rijden eerst langs de muurschilderen van de heenweg, waar we gebedsbriefjes gooien en dan helemaal terug langs het vliegveld, dat dik een uur rijden van Lhasa vandaan ligt. Een half uurtje verder komen we bij de rivier Jarlung Tsampo. De rivier is hier ondiep maar wel heel breed. Er liggen een aantal zeer platte bootjes met achterop een soort tractormotor klaar. Er komt net een bootje aan en die is volgepakt met monniken en pelgrims.

Er blijkt zelfs een jak tussen de mensen te staan. We maken wat leuke video-opnames en foto's. Dan stappen wij ook met onze dagrugzakjes in zo'n bootje, er zijn op dit moment geen anderen die naar de overkant willen, dus we hebben een bootje alleen voor onze groep. We varen een tijdje, maar de motor wil niet echt en we komen nauwelijks tegen de stroming op. Uiteindelijk besluiten ze terug te gaan. We stappen over op een ander bootje. Hier zitten al wel wat mensen in en er komt nog een bus vol mensen aan. Ook het grootste deel van de bagage wat op het dak van de bus ligt, moet bij ons in het bootje. Onderweg moeten we om Maud lachen die een gesprek aanknoopt met een aantal monniken en ze probeert Nederlands te leren. Ik voel me nog steeds helemaal niet lekker, dus gedurende de anderhalf uur durende vaart (we moeten alle zandbanken zien te ontwijken), blijf ik onderin de boot zitten. Vanaf het water zien we dat de overkant veel weg heeft van een woenstijn. Bij aankomst blijkt dit ook aardig te kloppen. Als we een heel stuk stroomopwaarts aan land gaan, staat er een bus te wachten. Ik vraag of ik voorin mag zitten. Er worden nog heel wat mensen in de bus geladen en naast me zit een oud vrouwtje met een klein kind op de versnellingsbak. Ze blijft maar tegen de chauffeur aanpraten. De weg is niet meer dan een soort karrespoor door een woestijn. We komen zelfs langs echte zandduinen. Ik ben blij als we na een half uur gehobbel bij het klooster van Samye aankomen. Het Samye klooster werd in 779 gesticht door Tritsong Detsen, de Tweede Religieuze Koning, daarbij geholpen door twee boeddhistische leermeesters uit India: Shantaraksita en Padmasambhava.
Dennis regelt een drietal kamers, twee 4-persoons en een 3-persoonskamer. De beide 4-persoonskamers zijn met elkaar verbonden en hebben maar één gezamenlijke ingang. Wij delen de 3-persoonskamer met Dennis. Het toilet is net als onze kamers op de tweede verdieping. Er zit geen dak op het toilet en van deuren hebben ze ook nog nooit gehoord. Per ingang gewoon drie gaten in het beton en de beerput zit ergens beneden. Op de binnenplaats is een handpomp, op de kamers is geen stromend water, maar er zijn wel thermosflessen met heet water voorhanden.
We gaan eerst lunchen in het restaurant. Een pittige Chauwmein wordt geleverd en ik vraag om een portie kale witte rijst. Die scherpe kruiden durf ik echt niet aan, met een maag die al continue protesteert. Een deel van de groep wil de kora gaan lopen, die hier naar de top van de Hepori-heuvel loopt. Ik kruip liever in bed. Als ik me na dik een uur weer wat beter voel (de koorts is een beetje gezakt), ga ik bij Jack zitten die ook in het klooster is gebleven. Samen kijken we door de verrekijker naar het geploeter van de groep die naar de heuveltop lopen.


Na een tijdje komt een Nederlands stel langs, dat een 'fijn' verhaal heeft over Kathmandu. Zij zouden van Kathmandu naar Lhasa vliegen, maar tijdens het starten kreeg het vliegtuig een vogel in de motor. Hierdoor vloog de motor in brand en moesten ze een noodstop maken. Gelukkig kwamen ze net voor het eind van de startbaan tot stilstand. Wij krijgen nu al zin om straks vanaf Kathmandu naar Delhi te vliegen! Michael heeft ook de Kora gelopen en daar een paar mooie foto's gemaakt. Ze zijn vervolgens het hele klooster rondgelopen op zoek naar een andere dan de hoofdingang. Die bleek er niet te zijn. Onderweg werden ze bijna onder de voet gelopen door een kudde jaks. Het klooster bezit in alle windrichtingen een grote stupa. Het rode leger heeft tijdens de culturele revolutie helaas grote schade aan dit klooster aangebracht. Het grootste deel is dan ook herbouwd. Het klooster zelf is een gebouw van vier verdiepingen. De begane grond bevat de eigenlijke tempel en de gemeenschapszaal voor diensten van de monniken. De eerste verdieping kan via een obscure trap bereikt worden. Hier is enkel een tempel, schaars verlicht vol met beelden van de diverse goden. Net als op de begane grond is er een gang rondom de tempel waarop aan weerszijden honderden muurschilderingen te vinden zijn. Ook hier moet weer 25 Yuan per persoon betaald worden om het klooster te kunnen bekijken.

Als de groep uiteindelijk weer terug is gaan we weer in het monastery guesthouse eten en daarna duiken we vroeg in bed. Morgen moeten we ook vroeg weer op. We bewonderen nog wel even de prachtige sterrenhemel. Zelfs de melkweg kun je hier prachtig zien.
Woensdag 18-10-2000
Als we 's ochtends heel vroeg naar het ontbijt gaan, komen we een andere groep tegen die al met de bus op weg gaan. Een half uur later gaan ook wij met de bus terug naar de boot. Daar blijkt de andere groep nog niet vertrokken. Ze zijn nog steeds bezig de motor aan de praat te krijgen. We staan een beetje op de kant te koukleumen, totdat ze de motor aan hebben gekregen en wij op dezelfde boot mee blijken te moeten. De terugweg blijkt inderdaad iets korter dan heen, maar we zitten toch nog een flinke tijd in de boot. We zien een prachtige zonsopkomst.

Bij aankomst blijken de chauffeurs nog niet wakker. Ze worden uit bed geschud. Het duurt even voordat alle motoren gestart zijn en dan gaan we zeer langzaam op gang. Ze durven/kunnen blijkbaar geen vaart te maken zolang de motor nog koud is.

De eerste 100 kilometer volgen we bekend terrein dat we de dag ervoor al hebben afgelegd. Op de plaats waar je normaal afslaat richting Lhasa, gaan we nu rechtdoor. We beginnen aan de beklimming van onze eerste pas en laten het asfalt achter ons. Uiteindelijk bereiken we de Kamba-la pas (4755 meter) vanwaar we een prachtig uitzicht hebben over Yamdrok-Tso. Op de foto de drie jeeps van de groep (de achterste is van ons) met op de achtergrond het azuurblauwe meer Yamdrok-tso en het massief van Mt. Nojin Kangtsang (7191m). Het meer ligt hier nog enkele honderden meters lager dan de weg.
Na de afdaling volgen we Yamdrok Tso nog een tijd. Het is een van de heilige meren van Tibet en heeft de vorm van de scharen van een kreeft. Het meer ligt op 4488 meter hoogte.

Langs het meer maken we nog een tweetal stops aan de rand van Yamdrok-tso. Eén keer bij pelgrims die langs het meer zitten en één keer als we een groep beladen muilezels tegenkomen. Van dit enorme meer hebben wij slechts een klein stukje (nog geen 20%) gezien. Sinds 1997 wordt dit meer gebruikt voor hydro-electriciteit. 10 meter onder de wateroppervlakte is een zes kilometer lange buis aangelegd die het water afvoert naar het 846 meter lager gelegen Yarlung Tsangpo. Omdat Yamdrok-tso een dood meer is en geen natuurlijk aanvoermogelijkheden heeft, vrezen natuurkundige dat het meer binnen 20 jaar droog zal staan. Chinese wetenschappers claimen echter dat overtollige energie rivierwater terug zal pompen in het meer.

Op de volgende pas, de Karo-La (5045 meter), gooien we gezamenlijk gebedsbriefjes en hangen we natuurlijk een nieuwe gebedsvlag op. We hebben hier een prachtig zicht op de zeer dichtbij liggende gletsjer Nojin Kangtsang. Opnieuw staan op deze pas pelgrims met een jak. Voor een paar Yuan kun je een ritje op de rug van de jak maken. Daar maken we maar geen gebruik van.

Na Yamdrok-tso gepasseerd te zijn, maken we nog een stop waar we een afstandsfoto van de gletsjer Nojin Kangtsang kunnen maken. Er vliegen hier een aantal mooie roofvogels over de jeeps. Hierna gaat de rit lange tijd langs de Nyang Chu-rivier. We kunnen de restanten van de weg nog aan de overkant zien liggen. Deze is op diverse plaatsen weggeslagen. Vandaar dat de weg nu aan de andere kant van de rivier ligt. We maken nog een fotostop, niet wetend dat we even verder ook nog voor een pas zullen stoppen.

Bij de pas klimmen we een steil heuveltje omhoog. Onze jeep is veel eerder ter plekke dan de andere jeeps, dus we hebben alle tijd. Michael en ik gaan ook nog wat verder naar beneden kijken, waar ik een mooie foto van Michael maak. De afgronden zijn hier enorm stijl. Het meer dat onder ons ligt is een stuwmeer en de aanleg van dit meer en de bijbehorende energiecentrale schijnt destijds door de Chinezen als 'staatsgeheim' aangemerkt te zijn. Het dorpje wat we nog zullen passeren en voornamelijk bevolkt wordt door militairen zou ook geheim zijn en niet op de kaart staan. De Chinezen hadden destijds zeker nog niet van satellieten gehoord!? Bij het dorpje staat nog steeds een slagboom en de chauffeur moet eerst zijn papieren laten zien voor we verder mogen. Het is trouwens een enorme bende hier. De welvaart heeft duidelijk toegeslagen: het plastic ligt overal op straat.
Aan het eind van de middag komen we aan in Gyantse, waar we slapen in een mooi drie-sterren hotel. Gyantse ligt op 3950 meter in de Nyang Chu valei, 254 kilometer ten zuid-westen van Lhasa. Het is één van de steden in Tibet die het minst beïnvloed is door de Chinezen.
's Avonds maken we een korte wandeling door de hoofdstraat. Overal staan beesten en rijdt paard en wagen. Erg nostalgisch allemaal. We eten samen met Femke en Wilko bij een zaakje dat ook in de Lonely Planet staat. De kok (in echt koksuniform) laat ons meteen een schriftje lezen waarin diverse toeristen geschreven hebben. We bestellen diverse gerechten en hoewel het goed smaakt, zijn we het toch niet helemaal eens met de lovende woorden uit het schrift. Het is vooral vrij prijzig. Het eten valt ook niet zo goed bij mij, ik wil geen toetje, maar wel graag een toilet.
Donderdag 19-10-2000
De volgende ochtend voel ik me nog steeds niet lekker, dus ik besluit uit te slapen. Michael gaat met Femke en Wilko de stad bekijken en naar het fort (Gyantse Dzong) lopen. Dat blijkt nog een behoorlijke wandeling te zijn. Gelukkig kan hij allereerst een paar foto's maken in de Tibetaanse wijk.

Zo zien alle huizen en straatjes er hier uit. Je waant je toch echt een paar eeuwen terug als zo'n paard en wagen je over de hoofdstraat tegemoet komt rijden!

Onderweg naar het fort maakt Michael een mooie overzichtsfoto's van het Pelkor Chöde klooster en de Gyantse Kumbum (beiden op de eerste foto binnen de muren gelegen) en nog een mooie foto van een deel van de Tibetaanse wijk.

Vanaf het fort (20 Yuan entree) maakt hij nog twee prachtige foto's van de stad en de omringende landbouwgronden.

Op de terugweg maakt Michael nog een mooie foto van een familie op een oude wagen.
Rond de middag laden we alle spullen in de jeep. We lunchen met de groep bij een restaurantje op de hoofdstraat. Ik heb de sleutel van de hotelkamer maar meegenomen, want met diarree wil je toch wel graag een schoon toilet kunnen gebruiken. Ik ga dan ook nog even naar het toilet voordat de hele groep bij de jeeps aankomt. De chauffeur vinden we af en toe wel eng, maar vandaag hebben we 'm (via Jimmy, de lokale gids) tot enige kalmte kunnen manen.

Vandaag een prachtig stuk door landbouwgebied gereden. Weinig foto's van het oogsten gemaakt deze keer. Op de overzichtsfoto zie je hoe midden op de foto enorme bulten graan gevormd zijn, terwijl de omliggende grond kaal en rotsig is. Op de andere foto's zie je koeien en jaks die de landbouwgrond aan het omploegen zijn. Volgens één van de chauffeurs is een groot deel van de oogst mislukt door wateroverlast. Voor ons ziet het er prachtig uit met al die mensen die gerst aan het oogsten zijn.
We bezoeken ook het klooster van Shalu (25 Yuan entree per persoon). Dit klooster heeft een groen Chinees aandoend dak. Dit klooster is bekend door haar Mongools geïnspireerde muurschilderingen en vroeger door de 'vliegende monniken'. Het is van binnen nauwelijks de moeite waard en hoewel er geen bordjes hangen m.b.t. het fotograferen, proberen de monniken ons toch geld afhandig te maken. Daar hebben we even geen zin in vandaag. We besluiten al snel dat we het klooster wel gezien hebben en gaan een wandeling door het dorp maken. Aan het eind van één van de hoofdstraten staan we ineens tussen de oogstende families. Ze stoppen echter allemaal met werken als wij er aan komen, dus we kunnen geen leuke foto's of video-opnames maken. Er wordt in dit dorp trouwens enorm gebedeld door de kinderen. Ze zijn dol op de plastic waterflessen die wij bij ons hebben en op een gegeven moment proberen er zelfs een aantal kinderen de fles uit mijn hand te trekken. Omdat we het gebedel niet aan willen moedigen, geven we de kinderen toch maar niets.
Als we in Shigatze (3900m) aankomen bij het hotel, ontdekken we dat we onze jassen in het vorige hotel hebben laten hangen. Jimmy belt meteen met het hotel en daar blijken de jassen nog te zijn. Ze zullen zorgen dat ze misschien vanavond nog en anders morgenochtend in Shigatze komen. Wij hebben samen met Femke en Wilko de meest aso kamer van het hotel. Losse slaap- en badkamers en een gezamenlijke zit- en eetkamer! Maar echt fris ruikt het er helaas niet. En vandaan nog geen warm water ontdekt. Als we met de groep uit eten willen gaan, blijkt dat de plattegrond van de stad uit de Lonely Planet niet klopt waardoor het moeilijk is een restaurant te vinden. We eten uiteindelijk toch lekker bij een restaurant (Tashi 1) waar ze het dakterras intussen overkapt en ommuurd hebben. Ik voel me nog steeds niet honderd procent en ga daarom samen met Michael eerder terug naar het hotel. We lopen over een hele donkere straat terug naar het hotel. Navraag naar de jassen bij de receptie levert niets op. Volgens mij begrepen ze niet eens wat we vroegen.
Vrijdag 20-10-2000
We hebben vandaag de hele dag vrij in Shigatze. Shigatze ligt op een hoogte van 3900 meter vlak bij de samenvloeiing van de Yarlong Zangbo en de Nyang Chu-rivier. Shigatze is de tweede stad van Tibet en de traditionele hoofdstad van Tsang. De Tsang koning beoefenden hun macht vanuit de eens imposante hoogte van de Shigatse Dzong - de ruïnes geven alleen een hint van de vroegere glorie - en het fort werd later de residentie van de goeverneur van Tsang. Het imposante Tashilhunpo klooster is in 1447 gesticht door Zongkapa's neef en discipel Gedundrub die tevens de eerste Dalai Lama was. Sinds de Mongoolse sponsoring van de Gelugpa orde is Shigatse de zetel van de Panchen Lama. Zijn basis is traditioneel het Tashilhunpo klooster, Shigatse belangrijkste aantrekkingspunt. In het klooster bevindt zich een 26 meter hoge met 300 kilogram goud overgoten Maitreya-boeddha.
Zoals de meeste moderne Tibetaanse steden heeft Shigatse een Tibetaanse en een Chinese wijk. Het Chinese deel bevat brede, stoffige boulevards met vierkante gebouwen geliefd bij Marxistische stadsontwerpers. Het Tibetaanse deel, wat voor het grootste deel ingeperst ligt tussen Tashilhunpo klooster en the ruïnes van Shigatse Dzong, is daarentegen een mooie traditionele wijk. Ons hotel bevindt zich in een Chinese buitenwijk, waar echt helemaal niets te beleven is. 's Avonds is het zelfs pikdonker op straat.


We gaan eerst richting het Tashilhunpo klooster, waar we een deel van de kora bovenlangs het klooster lopen. De Lonely Planet blijkt opnieuw niet te kloppen. Zo zijn de honden helemaal niet agressief, maar wel met velen. Een aantal vrouwtjes dat de honden voert lopen gelijk met ons op. Tussen een rijtje gebedsmolen kijkt eens schattig muisje ons aan. Dan dalen we af naar het oude stadsdeel. De markt blijkt moeilijk vindbaar en de souvenirs die ze hier verkopen lijken erg op die in Lhasa. We kopen er uiteindelijk toch een 'zilveren' kaarzenhouder voor Michael's moeder. We willen lunchen op het mooie dakterras van de Lonely Planet, maar dat blijkt niet meer te bestaan. We gaan naar het klooster, maar het blijkt nog niet open. We zwerven dus nog maar wat rond (poep aan Michael's schoenen). Een tijdje later proberen we het weer en deze keer mogen we wel naar binnen. We hebben het redelijk snel gezien en besluiten te gaan internetten bij China Telecom en we bellen ook even naar Michael's ouders.
's avonds gaan we met Femke en Wilko uit eten. We willen in het oude Tibetaanse centrum gaan eten en nemen een taxi in die richting. Het blijkt ook hier nog niet zo makkelijk om iets leuks te vinden. Maar dan valt onze keuze toch op een klein restaurantje waar je naar binnen kunt kijken en het er vrij netjes uitziet. We bestellen allemaal een soep en een hoofdgerecht. Het gerecht van Wilko kan niet geleverd worden en hij probeert wat anders te bestellen, maar dat komt blijkbaar niet door. Het is echter allemaal zoveel dat we nog heel veel overhouden. Mijn gerecht bevat aan de bovenkant zoveel kruiden dat ik m'n mond eraan brand. Roeren helpt wel, maar intussen is mijn tong aardig verdoofd. Het is trouwens leuk dat je hier in de keuken kunt kijken en dus precies kunt zien hoe ze alles klaarmaken. Wilko maakt nog een actiefoto van de kok die op een enorme vlam wat groente aan het wokken is. Als we uit het restaurant komen, besluiten Femke en Wilko naar China Telecom te gaan om te e-mailen. Wij nemen maar vast een taxi terug naar het hotel.
Zaterdag 21-10-2000
Onze chauffeur blijkt om drie uur pas thuisgekomen te zijn en terwijl wij vanochtend in alle vroegte zijn gaan ontbijten, blijken de chauffeurs en Jimmy nog niet op als we met onze spullen beneden komen. Onze jassen zijn ook nog niet terug. Die komen op het moment dat we weg willen. Dat is een hele opluchting, want ze waren niet bepaald goedkoop en we zullen ze nog wel nodig hebben op deze vakantie.
We gaan vandaag naar Lathse. We passeren opnieuw een hoge pas, de Yulung-la (4950 meter). Hierna nemen we de afslag naar Sakya.


Als we op een gegeven moment stoppen langs de kant van de weg, komen er van alle kanten kinderen aangehold. Ze zijn erg verlegen, maar ook erg nieuwsgierig. Maud weet ze een beetje los te krijgen door het breiwerkje van een van de kinderen over te nemen.

Vervolgens gaat de rit verder naar Sakya, een prachtig boerendorpje (4280m). Tot in het dorp volgen we de rivier die tijdens de zomer voor veel ongemakken kan zorgen en soms de weg geheel belemmert.

Vanuit de vlakte torent een monolithisch ommuurde structuur omhoog die in eerste instantie op een fort lijkt: het Sakya-klooster. Het klooster van de vroeger machtige Sakyapa-sekte is de vernielingen in de zestiger en zeventiger jaren grotendeels bespaard gebleven, getuigen hiervan zijn de unieke bibliotheek en de authentieke wandschilderingen.


Aan de overkant van de rivier staan een aantal stupa's. We maken we een rondwandeling door het gehele dorp, waar men overal druk is met het binnenhalen van de oogst.
Op de weg terug naar de hoofdweg krijgen we pech met de jeep. De chauffeur stopt plotseling en kruipt onder de jeep. Als wij ons hoofd ook maar eens buiten het raam steken, blijkt er een brandlucht te hangen. De linkerachterrem blijkt aan te lopen. De chauffeur probeert een snelle fix, maar dat helpt helaas niet echt. Op de hoofdweg stoppen we bij één van de andere jeeps en deze keer gaan beide chauffeurs onder de jeep. Ze branden hun handen als ze het wiel er iets te snel af willen halen. Er wordt zelfs kostbaar drinkwater over het wiel gegooid om de boel wat af te laten koelen. Als we al een hele tijd staan te wachten komt ook de andere jeep terugrijden. Ze hadden ons al een hele tijd zien staan, maar de chauffeur was ervan overtuigd dat we een fotostop hielden. Drie chauffeurs onder de jeep, maar ook dit mag niet baten. De rem blijft aanlopen.
Dan moeten we z'n allen en de bagage in twee jeeps, proppen dus! Michael en Wilko worden opgevouwen in de kattenbak. Al snel stopt de chauffeur. Michael en Wilko moeten er weer uit, de bagage moet omgepakt en dan moeten ze over de achterbank opnieuw tussen de bagage plaatsnemen. Nu kan de chauffeur ze wel zien en dat vindt hij blijkbaar prettiger. Bij een wegonderbreking komt de eerste jeep een jeep van dezelfde organisatie tegen. Men besluit dat deze jeep maar mee moet naar Lhatse zodat morgen in ieder geval een 3e jeep aanwezig is. Dus wordt midden in het stof de bagage overgepakt en moeten Jimmy, Femke en ik in de nieuw geregelde jeep. Deze jeep is superstoffig en we zien dan ook niets naar buiten. We vragen Jimmy of de chauffeur zijn ruit niet kan schoonmaken. Er wordt wat ruitensproeier overheen gegooid en daarna zien we weinig meer. Als er een tegenligger aankomt, moeten we stil gaan staan en wachten tot het stof gezakt is.
Na een klein half uur rijden we Lathse binnen. We voelden wel dat we op asfalt reden, maar zien deden we het niet (en niet omdat het al donker begon te worden). Enfin toch veilig bij het guesthouse aangekomen. De bedden waren zo slecht dat we onze matjes op de grond gelegd hebben. Het toilet was opnieuw een vieze stinkboel. Als we 's avonds met de groep in het restaurant eten, wordt er zo gebedeld dat we de leftovers aan de bedelaars geven. Als we nog in het restaurant zitten, gaat plotseling overal in de stad het licht uit. De energievoorziening stopt er blijkbaar op een vaste tijd mee. De verlichting gaat verder op het noodaggregaat. Ook op de kamer hebben we dus geen licht. Gelukkig hebben we de zaklampen handig neergelegd, zodat we toch alles kunnen vinden. Maar niet te vaak naar het toilet vannacht..
Zondag 22-10-2000
's Ochtends staan we zo vroeg op dat het nog donker is. Maar de energievoorziening is nog steeds uit, dus we pakken alles in bij het licht van de zaklamp en gaan dan eerst ontbijten. We komen niet als laatste binnen, maar krijgen wel als laatste ontbijt. De eieren zijn niet bepaald goed doorbakken, dus ik eet er maar niet te veel van. Gelukkig is onze jeep weer gerepareerd, dus kunnen we alles inpakken en dan op weg. We verlaten Lathse, passeren de afslag naar West-Tibet en klimmen in twintig kilometer 1000 meter.

We komen over de Gyatso-la pas (volgens LP 5225 meter, maar volgens onze hoogtemeter maar net 5200 meter) . Het is hier werkelijk steenkoud, zoals je op de laatste foto kunt zien.

Als we vervolgens langs een rivier rijden, komen ons een aantal pelgrims met een kudde jaks tegemoet. Natuurlijk springen we met het fototoestel in de hand uit de jeep. Helaas zijn de beesten zo donker dat ze op de foto veel minder indrukwekkend zijn dan in het echt. Elke jak draagt een aantal manden met bagage. Om ons te ontwijken lopen de jaks door de rivierbedding verder.

Na een paar uur een prachtig uitzicht op de Mount Everest (fotostop). Als ik in een greppel wil gaan plassen, schrik ik een enorme haas op. Hij blijft nog even in mijn buurt zitten, maar gaat er dan toch vandoor. Later zien we vanuit de auto een enorme arend langs de kant van de weg. Hij zit op zijn prooi en laat zich niet door ons opschrikken.

In het dorpje Chay (4300m) moeten we entree betalen (65 yuan per persoon) voor het Everest-gebied (Qomolangma National Nature Preserve). We krijgen een entreebewijs en een kaartje van het gebied en een engelse vertaling van de geldende regels. We hebben nog nooit zoveel schrijffouten in een paar zinnen gezien! En op het kaartje staan alleen namen in het Chinees, dus dat is ook niet echt verhelderend. Hierna is het nog een lange hobbelige rit (vijf uur) naar het klooster. Een deel gaat door een enorm stenenveld omhoog naar Pang-la (5120 meter volgens LP, volgens onze hoogtemeter 5225m!).



Op de Pang-la pas hebben we uitzicht op de Makalu, Lhotse, Everest (Qomolangma=chinese naam), Gyachung Kang en Cho Oyu (allen boven de 8000 meter). We schieten bijna een heel fotorolletje vol. Jammer dat het onmogelijk is om al deze bergen op één foto te vangen. Natuurlijk maken we ook een foto om te bewijzen dat we er echt geweest zijn. Helaas een beetje veel tegenlicht, maar ja. Natuurlijk hangen we weer gebedsvlaggen op en gooien we met gebedsbriefjes.

Het pad gaat vervolgens naar beneden langs dorpjes en ruines naar de Dzakar vallei en het dorpje Tashi Dzom. Hier houden de chauffeurs een theestop. In één van de volgende dorpen Chö Dzom kennen de chauffeurs een aantal dames en daarom volgt een vrij lange stop net buiten het dorp. De weg is al die tijd enorm bumpy en bochtig.

Onderweg maken we natuurlijk nog diverse foto's van de Everest. En als we net in het klooster zijn, ziet Michael de zon op de Everest ondergaan, en daar moet natuurlijk ook een foto van gemaakt worden. Dat kost Michael heel wat energie, want op deze hoogte moet je eigenlijk niet hard gaan rennen om je fototoestel van binnen te halen!
Ik had weer eens pijn in mijn buik en was dus erg blij toen we eindelijk in het Ronghpu klooster aankwamen (4900m). Totdat we de kamer zagen... Het is inderdaad een Spartaanse gelegenheid. Een stoffig hol met vijf "bedden", twee ervan zijn door midden gebroken. Dat wordt bedden delen, want we delen de kamer met Femke en Wilko. Er is geen licht, geen water and de wc bevindt zich buiten in vol zicht met drollen overal. In het restaurant is geen plaats en het lukt niet snel om eten te bestellen. We zijn intussen bijzonder hongerig en reageren ons af op Jimmy. We geven hem de opdracht om met grote spoed pannenkoeken voor ons te regelen. Dennis stelt namens de chauffeurs voor morgen verder te rijden en ergens anders te slapen. Wij zijn tegen in Tingri moet je een mooi uitzicht hebben op de Everest. We slapen niet veel, maar dat hoort erbij.
Maandag 23-10-2000
We zouden vandaag met z'n allen vroeg opstaan. We blijven echter nog een uur langer liggen omdat we nergens geluid horen. Half acht staan we dan toch maar op. We pakken de tassen in en eten de noodles. Het water is niet warm genoeg om ze echt gaar te maken, maar het is eetbaar. Om acht uur gaan we op pad.
 
Aanvankelijk hangen er wat wolken voor de Everest, maar als we de zon op de Everest op zien komen, moeten we toch weer een foto maken. De batterij blijkt vandaag toch wel problemen met de kou te hebben. Ook de jaks die we bij de rivier zien, moeten natuurlijk op de foto.
Het mooiste van de tocht is dat we een paar kuddes herten (of antilopen) gezien hebben en dat boven de 5000 meter en zonder enige begroeiing! De gehele weg vergezeld door twee schattige kloosterhonden.
We doen er ongeveer tweeenenhalf uur over om in het basecamp te komen. Er staat slechts één tent in het camp en er is nog niemand van onze groep. We moeten dus wachten op de anderen en de jeeps.
 
In afwachting van de jeeps, zijn we nog maar wat verder richting Everest gelopen. Michael en Wilko gaan nog een stuk verder, terwijl Femke en ik in het zonnetje gaan zitten. Als de wind echter opsteekt, lopen we vast terug richting het Basecamp.
We zien intussen ook de eerste medereizigers en als we terugkomen in het Basecamp zijn ook de jeeps gearriveerd. Als ook Michael en Wilko terug zijn, besluiten we de jeep terug te nemen naar het 'restaurant'. Deze keer minder vol, maar wel dezelfde pannenkoeken (iets gaarder vandaag). Rond drie uur is iedereen terug en gaan we weer op pad richting Tingri (4390m). Jimmy zegt dat het drie uur rijden is, Dennis tweeeneenhalf uur en anderen zeggen minimaal vier uur. Het blijkt zelfs nog meer.
We nemen eerst twee liftsters (de dames waar de chauffeurs gisteren ook mee gesproken hebben) mee vanuit Chö Dzom naar Tashi Dzom, Michael moet zijn voorstoel delen met een naar jakboter ruikende dame. En onderweg hebben we weer een jeep met panne, ventilator in de soep gelopen. Ongeveer elke bocht (en dat waren er nogal wat) stilgestaan om de motor te koelen.
In Tingri genieten we ongeveer één minuut van het uitzicht op de Everest en Cho Oyu, want dan is het al donker. Het guesthouse is primitief, maar de bedden zijn prima. Het toilet ligt weer rechtstreeks onder een prachtige sterrenhemel. Als Michael water wil halen uit de put, gooit hij in zijn enthousiasme de emmer met het touw erin. Die zinken emmer zinkt dus... In het restaurant eten we lekker, maar het afrekenen is een verhaal apart. De 'manager' (zijn glas valt steeds uit zijn bril) heeft in ongeveer drie kwartier minstens vier pogingen gedaan om op een totaal te komen! Ondanks het stof slapen we uitstekend.
Dinsdag 24-10-2000
Vanmorgen zouden we om half 7 eten en om 7 uur vertrekken. Op tijd op, maar de kachel in het restaurant moest nog aan en de chauffeurs lagen nog te maffen (de tafel in het restaurant stond nog vol met blikjes drank!).
Uiteindelijk maar besloten onderweg te ontbijten en de chauffeurs uit bed getrommeld. Wij natuurlijk als laatste weg (onze chauffeur moest eerst zijn maag legen op het toilet). Steenkoud in de jeep en warm werd het voorlopig ook nog niet. Onderweg zien we veel haasjes langs de kant van de weg.
We rijden door een mooie vlakte waarin talloze ruïnes staan. We steken eerst de La Lung-la pas over. Volgens LP en Koning Aap is deze pas 5124 meter, maar wij passeren 'm vrijwel ongemerkt en de hoogtemeter geeft nog geen 5000 meter aan. De volgende pas is de Tong-la pas van 5120 meter.

Op de Tong-la pas (5120 m) hebben we een prachtig uitzicht alom. We zien een kudde sneeuwhoenders waar we een prachtige foto van maken. En er komt een groepje pelgrims met paard en wagen de pas omhoog.
We nemen een shortcut over een steilte en na een lange rit krijgen we in een Nyalam rond elf uur eindelijk ontbijt. Pannenkoek blijkt brood te zijn en opnieuw is rekenen niet de sterke kant van de bediening (één gekookt ei proberen ze tien keer af te rekenen).

Als we weer op weg gaan, dalen we ineens af in een andere omgeving. Het is hier groen en enorme hoeveelheden water. De weg is enorm slecht en we zien nog een truc op zijn kop in de rivier. Als we in het grensdorp Zhangmu (2300 meter) aankomen, staan we minstens een half uur in een opstopping. Niemand lijkt achteruit te willen gaan en vooruit gaat niet meer.
Allemaal mensen die vragen of we willen wisselen. Nee is het standaardantwoord. We wachten lang bij de grens omdat een aantal mensen bang is voor vals geld en liever bij de bank wil wisselen. We moeten wel lachen als de bankbediende te weinig geld heeft en op straat gaat wisselen!
Dan door de douane lopen met de bagage en verderop met zijn allen in een vrachtwagen. Negen km over een hobbelige weg door niemandsland!! We krijgen zelfs een klapband onderweg, maar de chauffeur rijdt gewoon door. Ik vind het best eng, met de afgrond zo dichtbij en het is erg vermoeiend om op de been te blijven. Doodmoe zijn we dan ook als we weer uit moeten stappen en het laatste stuk moeten lopen over de friendshipbrug. We mogen doorlopen zonder onze paspoorten te laten zien, maar later gaat de reisleider terug met onze paspoorten en ingevulde verklaringen om alsnog stempels te krijgen!

De douanebeambte kan niet eens cijfers lezen, dus het duurt lang. Gelukkig is het hier twee uur en een kwartier eerder. Onderweg een opstopping van een uur omdat een bulldozer de weg aan het vrijmaken is van een aardverschuiving.
Onze maag wil na een tijdje wel wat eten en het duurt er lang voor we in het hotel zijn. Zeven uur plaatselijke tijd (het is intussen donker) rijden we in Dhulikhel een steile bergweg omhoog. Weer een bus voor ons. Het is nog 200 meter naar het High View Resort, maar we komen er nog niet. Voorstel om te lopen, loopt op niets uit.
Bij het hotel nog een steile trap naar boven en dan kunnen we naar de kamers. We hebben de hele bovenverdieping van een huisje. Mooie grote kamer, kingsize bed en luxe badkamer. Compenseert de reisdag wel. Na een half uur lekker eten in het restaurant met zowaar attente bediening en heerlijk eten (zonder lunch gehad te hebben). Bijtijds naar bed, want we zijn nog niet aan de nieuwe tijd gewend.
Ga naar de Nepal Homepage voor een beschrijving van de laatste twee weken van onze vakantie.
Klik op de foto om via de kaart van het Verre Oosten een ander land te kunnen selecten.
Klik op de foto om via de wereldkaart een ander land te kunnen selecten.
Klik op de foto om naar de beginpagina van de homepage van Geja en Michael te gaan