Google
 

Reisverslag Nepal oktober/november 2000

In oktober/november 2000 hebben we tijdens onze huwelijksreis twee weken een trekking gedaan door het Ganesh Himal gebied.

De voorbereiding
In Nederland waren we al op zoek gegaan naar een reisorganisatie en zo bij Snow Leopard uitgekomen. Na veel informatie gelezen te hebben, kiezen we voor de 14-daagse route Ganesh Himal. De Ganesh Himal is vernoemd naar de populaire hindoegod met de olifantskop. De tot 7400 meter hoge bergen van de Ganesh Himal zijn bijna van overal in de Kathmandu-vallei zichtbaar. De doorsteek van de Ganesh Himal loopt grofweg van west naar oost, dwars over drie bergkammen, waartussen steeds naar 1500 meter of lager moet worden afgedaald. De bergpassen zijn achtereenvolgens: de Mongeythanti Bhanjyang (2900 meter), de Pangsang Bhanjyang (3820 meter) en de Singla Bhanjyang (3975 meter). Het hoogste kamp op de route ligt op 3820 meter (op de Pangsang Bhanjyang), terwijl het hoogst bereikbare punt zo'n 4200 meter is. Het niveau van de route is 3, wat betekent dat het terrein ruig kan zijn en het lopen vermoeiend, met name in de hogere en afgelegen regionen. De kampplaatsen liggen onregelmatig verspreid, waardoor het mogelijk is dat het kamp pas laat op de dag wordt bereikt.
Een korte beschrijving van de route: De Ganesh Himal ligt ten noordwesten van Kathmandu, ingeklemd tussen het Manaslumassief in het westen en het Langtanggebergte in het oosten. Weinig toeristen bezoeken dit gebied, waar veel Tamangs wonen. Tamangvrouwen zijn gemakkelijk herkenbaar aan de markante gouden en bronzen oor- en neusringen met ingezette edelstenen. 'Tamang' betekent in het Tibetaans paardenhandelaar, maar veel hebben de huidige Tamangs daar niet meer mee te maken; de meesten hebben zich gevestigd als boer of werken als gids, kok, assistent, keukenjongen of drager op trektochten. De naam, de eigen taal en de boeddhistische levensinstelling van dit volk herinneren tot aan de dag van vandaag aan zijn wortels, die ooit tot in Tibet reikten. Naast hun (lamaïstisch) boeddhisme speelt geesten- en voorouderverering nog een belangrijke rol, waarbij sjamanen boze geesten verdrijven.
De route stijgt en daalt behoorlijk en kan ook in de winter worden gelopen. De trektocht begint in Gorkha en loopt aanvankelijk op met de route 'Rond de Manaslu' door de kloof van de Burhi Gandaki. Na vijf dagen buigen we af naar het oosten en steken de dwarskammen over via stevige bergpassen met fantastische vergezichten. We kamperen zelfs boven op de bergpas Pangsang Bhanjyang. De Ganesh met zijn zeven toppen tussen de 6400 en 7400 meter, toont zich in volle schoonheid. Daarnaast reikt de blik geregeld van de Annapurna (8091m) en Manaslu (8156m) in het westen tot Langtang (7245m) en Jugal Himal in het oosten. Na de dorpjes Gadlang en Thangjet bereiken we de Tiru Danda en wandelen over deze bergkam naar Betrawati aan de Trisuli Khola, waar de bus klaarstaat voor de terugreis naar Kathmandu.
Na de reis berekenen Michael en ik dat we met het afwisselend stijgen en dalen in totaal meer dan 15 kilometer hoogteverschil overwonnen hebben.

Woensdag 25-10-2000
Na tweeënhalve week in Tibet te hebben gereisd, zijn we in Nepal aangekomen. Vanmorgen slapen we uit en rond half tien genieten we van een heerlijk ontbijtje op het dakterras van het High View Resort in Dhulikhel. Uitzicht op de Himalaya is er nauwelijks door de bewolking, maar de omgeving is toch prachtig. Ze weten hier trouwens zelfs wat een zachtgekookt ei is. Rond 11 uur gaan we naar Kathmandu, waar we na een rit van ongeveer anderhalf uur aankomen. Wat een drukte in die stad. Eén en al auto's, bussen, vrachtwagens, brommers, motoren en wandelaars. Erg wennen hoor. We overnachten de komende twee dagen in het Harati-hotel. Het is een mooi hotel, alleen jammer dat onze kamer aan de lawaaiige voorkant zit en niet aan de prachtige tuinkant. We geven meteen onze was af, zodat we straks met schone kleren aan de trekking kunnen beginnen. Verder nemen we telefonisch contact op met Summit Nepal Trekking, de locale reisorganisatie die door Snow Leopard is ingehuurd. We spreken af dat we de volgende dag om half tien in het Summit hotel zullen zijn voor een briefing.
Dan gaan we de stad bekijken. We wandelen een beetje rond op Durbar square en zitten op een tempel een tijdje te genieten van de drukte en omgeving en we lezen de beschrijving van de tempels in de Lonely Planet.

 

Dit plein staat helemaal vol met tempels. Als we op het binnenplein van het paleis van de Kumari gaan kijken, laat ze zich 2 seconden zien. Zij wordt beschouwd als een levende godin. Op het moment dat ze voor de eerste keer serieus bloed is ze Kumari af en wordt er een nieuwe Kumari gekozen. Deze wordt geselecteerd uit een aantal jonge meisjes, die allemaal allerlei testen moeten ondergaan. De gekozen Kumari wordt voortaan door een stel bediendes in de watten gelegd en zij wordt door de staat onderhouden. Een gewezen Kumari trouwt vrijwel nooit, ofwel omdat dit ongeluk zou brengen ofwel omdat de dame in kwestie zo verwend zou zijn dat geen man met haar wil samenleven. Na deze godin gezien te hebben zijn we toe aan een maaltijd. We gaan op zoek naar een restaurant en komen uit bij het jak-restaurant. We kiezen voor de verandering voor Pizza met Deens bier. We kunnen hier ook e-mailen (1 Roepie per minuut), dus daar maken we dankbaar gebruik van.

Het is al vrij laat in de middag als we terug gaan naar het hotel. We komen langs een rotonde waar het verkeer helemaal vastzit. Alleen de voetgangers kunnen zich er nog (met moeite) doorheen wringen.
In het hotel hebben we gelukkig nog even tijd voor een lekkere douche. Om zeven uur gaan we vervolgens met de groep uit eten. Ragnilda en André hebben op Durbar Square een restaurant met een echte Nepalese sfeer gevonden (het Festive Fare Restaurant). We zitten op de grond en er wordt voor muziek en dans gezorgd. Het hoofdgerecht is een beetje apart gekruid maar de voorgerechten zijn heerlijk. Het verschil tussen het kleine en grote menu begrijpen ze echter niet, want hoewel Femke het kleine heeft besteld, krijgt ze ook alle gerechten van het grote menu. Na het eten gaan we met een aantal mensen wat drinken in de uitgaansbuurt. De meesten houden het al vrij snel voor gezien, maar met Dennis en Laurens gaan wij nog een aantal zaakjes binnen. We moeten enorm om Laurens lachen als hij op zeker moment met een riksja wil fietsen. Het lukt hem niet om weg te komen. Michael, Dennis en ik laten even zien dat het toch helemaal niet zo moeilijk is. Rond een uurtje of drie gaan Michael en ik terug naar het hotel, terwijl Dennis en Laurens zich nog door de chauffeur van de riksja naar een disco laten brengen.

Donderdag 26-10-2000
Vandaag krijgen we om half tien de briefing over de trekking. De briefing wordt gehouden bij het Summit hotel in Patan, dus we nemen om half negen een taxi bij ons hotel. Omdat we een beetje te vroeg zijn, drinken we eerst maar thee op het terras van dit Hollandse hotel. Bij de briefing horen we dat we met een enorme groep begeleiding zullen gaan. We weten nog niet precies hoeveel man het wordt, maar we voelen ons wel erg decadent.
Na de briefing besluiten we terug te wandelen naar Kathmandu. Met het continue getoeter op een drukke straat blijkt dat niet zo'n heel groot succes. Bij een grote supermarkt kopen we proviand voor de trekking: pinda's, een soort vogelzaad en wat meergranen koekjes. En dan gaan we shoppen voor een sporttas. Van onze sporttas begon op de heenweg op Schiphol de rits ineens los te laten en die zou een trekking dus nooit overleven. We hebben dus echt een andere tas nodig. Voor ongeveer een tientje (350 roepies) koop ik een mooie grote zwarte sporttas. Er staat Nike op, maar dat moet je natuurlijk niet geloven. We gaan nog even langs het hotel en willen dan het koninklijk paleis op Durbar Square gaan bekijken. Dat blijkt echter gesloten te zijn vanwege het Deepewali-festival.

  

We lunchen op het dakterras van een zaakje aan Durbar square, vanwaar we uitkijken op de torens van het koninklijk paleis.
Er zit weinig anders op dan nog maar wat te shoppen. Na een tijdje komen we Femke en Wilko tegen en die weten een plek waar we iodine (waterzuiveringsmiddel) kunnen kopen. Ze zijn ook nog op zoek geweest naar tabletten, maar die zijn nauwelijks verkrijgbaar en afschuwelijk duur. We gaan dus met z'n vieren twee flesjes iodine halen. Rond vier uur gaan we terug naar het hotel om onze spullen in te pakken, terwijl Femke en Wilko verder gaan met shoppen. Als we alles ingepakt hebben, gaan we in de bar een borrel drinken en we bestellen er lekkere kaaskroketten bij. Om zeven uur gaan we weer uit eten. Dit keer heeft Dennis het restaurant uitgekozen. Het is een beetje in dezelfde stijl als het restaurant van gisteren. We moeten naar de bovenste verdieping en opnieuw zitten we vandaag op de grond aan hele lage tafeltjes te eten. Het eten smaakt beter als dat van gisteren. Na het eten gaan we met z'n allen op een dakterras wat drinken. Als Femke en Wilko besluiten terug te gaan naar het hotel, spreken we af dat we elkaar hier weer zullen ontmoeten als we terug zijn van onze trekking. Op het terras is verder niets te beleven, dus we gaan met Jack, Mariëlle, Dennis en Laurens naar de disco. We drinken Baileys en hebben veel lol om de rare figuren die hier rondlopen. Rond twee uur zijn we weer terug in het hotel.

Vrijdag 27-10-2000
Om zes uur staan we vanochtend op en om halfzeven staat een taxi voor ons klaar. Die brengt ons naar het Summit Hotel in Patan. De bus die ons naar Gorkha zal brengen staat al klaar, men is alleen nog bezig alles op de bus vast te binden. We laten wat spullen achter in het hotel en hebben nog genoeg tijd om even rustig te ontbijten. Het ontbijtbuffet is bijzonder goed, dus dat belooft nog wat voor later. Na onze trekking zullen we namelijk nog een paar nachten in dit hotel doorbrengen. Om halfacht vertrekt de bus. We hebben intussen de gids ontmoet en voorlopig hebben we erg veel moeite om hem te verstaan. We voelen ons ook behoorlijk opgelaten als we zien hoeveel mensen er mee gaan. Als we eens goed tellen, komen we op 12 man. De buschauffeur en zijn hulpje zullen wel teruggaan naar Kathmandu, maar dat betekent toch dat er 10 man met ons mee zal gaan...! Onderweg stoppen we twee keer, één keer voor thee en één keer voor de lunch. De gids wil niet dat wij betalen voor de thee nog de lunch. Vlak voor de lunch zien we trouwens zes grijze apen langs de kant van de weg zitten. We hopen tijdens de trekking ook een paar keer apen te zien. Rond twaalf uur zijn we in Ghorka (1180m). De dragers halen alles van de bus en beginnen de spullen in manden in te pakken. Er worden zelfs nog twee lokale krachten ingehuurd omdat ze het met z'n 10-en niet allemaal kunnen dragen. Als de meeste dragers al op pad zijn, gaan we samen met de gids beginnen aan onze trekking. Een uur lang moeten we omhoog lopen, voornamelijk over een mooie trappenweg. Net voorbij het oude koninklijke zomerkasteel Gorakhnath wordt het kamp opgemaakt (1385m).

Dit is het dorpje Kalikaktan. Helaas kunnen we niet genieten van uitzicht, want het is nogal bewolkt. Omdat de dragers nog druk bezig zijn met het opzetten van het kamp, gaan wij nog een eindje wandelen. Het kasteel (1430m) mogen we alleen bekijken als we onze riemen en schoenen uitdoen en daar hebben we geen zin in. Daarom wandelen we naar de hoogste top. Ook hierheen loopt een mooie trappenweg, dus we zijn vrij snel boven bij de televisietoren (1595m) en nog veel sneller weer beneden. We gaan nog even naar het dorpje dat aan de andere kant van het kasteel ligt en drinken daar een biertje en een cola en kopen een pakje koekjes. Het lijkt erop dat elke Nepalees in huis een voorraadkast heeft, waar hij/zij eventueel wat uit kan verkopen aan toeristen. Als we bij ons kamp komen, blijkt dit te bestaan uit een tent voor ons, een eettent (hier slapen ook dragers in), een tent voor de gids en sherpa, een kooktent (hier slapen ook dragers in) en een toilettent. De tenten zijn allemaal opgezet naast een aantal bamboestokken die van boven bij elkaar gebonden zijn. Dit blijkt een Nepalese schommel te zijn. In het kamp zetten we een waypoint op onze GPS. De GPS geeft de exacte locatie in coördinaten weer en hiermee kunnen we op de kaart opzoeken waar we precies zijn. Voortaan zullen we dit altijd doen, op zowel de lunch- als de kampplaats.

Als we terugkomen bij het kamp krijgen we een pot thee. En dan is ook het eten al klaar. We krijgen soep vooraf en dan bloemkool, rijst met dal bat, boontjes, salade en gevulde paprika. Als toetje krijgen we melk voor de chocoladepoeder en thee en (oplos)koffie. De gids komt nog even langs om te kletsen en dat is vrij lastig, want hij is erg moeilijk te verstaan. We spreken met hem af dat we morgen om zes uur gewekt zullen worden. We vullen onze waterflessen met het water dat over is van de koffie en dan gaan we vroeg naar bed. We hebben ook voor het eerst de toilettent bezocht. Er is een gat in de grond gegraven en daarover heen is een hoog tentje geplaatst. Je kunt je vasthouden aan de tentstokken en dat is al meer dan we in Tibet gewend waren. De dragers blijken trouwens geen gebruik te maken van dit toilet, zij zoeken een plekje in de bosjes..

Zaterdag 28-10-2000
We hebben heerlijk geslapen. De door de organisatie geleverde matjes zijn heel redelijk en met onze matjes erbij slapen we lekker zacht. We worden rond zes uur gewekt met een kopje thee, al waren we al wel wakker geworden van de geluiden in het kamp. Na nog vijf minuten worden er twee schalen waswater in de ingang van de tent gezet. Teken dat we ons moeten wassen, aankleden en de spullen weer in moeten pakken. Het waswater is lekker warm, dus Michael vindt het zelfs geen bezwaar om zich te scheren. Als ik naar buiten kijk zie ik ineens dat we een mooi uitzicht hebben op de besneeuwde toppen. De gids legt ons uit welke de Himalchuli, Manaslu en Bauddha Peak zijn. Ook de Annapurna zien we heel ver weg en nog een andere mooie sneeuwberg, waarvan we de naam niet meer weten.

Als we alles gepakt en buiten de tent gezet hebben, is het tijd voor het ontbijt. De eettent is al afgebroken, dus het tafeltje en de stoeltjes staan gewoon in de buitenlucht. Eerst krijgen we pap, dan melk voor de muesli en toast en omelet. Standaard zal er de komende dagen marmelade, honing en pindakaas op tafel blijken te staan. Natuurlijk ontbreekt ook nu de thee niet. De eerste dragers gaan al gauw op pad en wij volgen met de andere dragers, de gids en de sherpa. In eerste instantie dalen we heel geleidelijk af via een trappenweg. We komen veel dorpelingen tegen en alle kinderen zeggen Namaste tegen ons. Wie groeten steeds vriendelijk terug. Na een wat steilere afdeling komen we op 1020 meter, het laagste punt van vandaag. Hierna moeten we een flinke klim maken, we zweten aardig door de warmte maar echt zwaar is het nog niet.

We maken een prachtige foto van een enorme spin. Op deze hoogtes komen die enorme beesten veel voor, gelukkig blijven ze wel altijd vreedzaam in hun web zitten.

 

Als we ergens even gaan rusten onder een boom, zitten een aantal kinderen ons te observeren. Natuurlijk moeten deze, evenals hun woning, op de gevoelige plaat worden vastgelegd.

  

Op 1340 meter vinden we de lunchplek. Het is kwart over elf. We hebben dus zo'n drieënhalf uur gelopen. We worden apart in de schaduw geplaatst op een blauw zeiltje en krijgen veel bekijks van de dorpskinderen. Twee van de kinderen komen zo dichtbij dat we er mooie close-ups van kunnen maken. De schoenen en sokken gaan even uit, zodat ze weer droog kunnen worden en de voeten even uit kunnen rusten.

Allereerst krijgen we allebei een kopje citroenthee. Dan wordt een hele pot gewone thee gebracht en verder krijgen we als lunch salade, andijvie, geroerbakte kool, vis en heerlijke sandwiches met kaas en groente. Als toetje krijgen we thee en een banaan en mandarijn. Tussen half één en één uur gaan we weer op pad. Het stijgt en daalt een beetje op een breed pad. We zien heel veel vlinders, libelles en spinnen. We rusten ergens op een top om op de dragers te wachten. Helaas zijn de besneeuwde toppen grotendeels verdwenen in de wolken, maar het uitzicht op de terrassen is ook erg mooi. Dan volgt nog een afdaling op een trappenweg (wat een hoop vuil ligt hier) en zijn we onverwacht snel (om twintig over twee) bij de overnachtingsplaats vlak voor het dorpje Khanchok op 1085 meter.

 

Op de aangelegde terrassen kunnen tenten worden opgezet en is een bamboe kookhut aanwezig. Een aantal dragers is intussen al bezig onze tent op te zetten en wij krijgen weer een zeiltje in de schaduw. Schoenen en sokken gaan meteen weer uit. Een zeer nieuwsgierig meisje komt ons wel van zeer dichtbij observeren. Als ik me een beetje wil opfrissen in de tent, moet ik de tent echt volledig dichtritsen om te voorkomen dat ze naar binnen zit te kijken. Later wandelen we naar het dorp en drinken daar een cola. Terug bij de tent is er al gauw thee. Er komen twee Nepalezen naar ons toe met een geplastificeerde brief. Het zijn bedelaars en ze hebben van een instantie een Engelse brief gekregen. Of toeristen deze arme mensen willen steunen, want ze kunnen niet voor zichzelf zorgen en hebben een aantal kinderen. Ze spelen een liedje en we geven ze wat roepies. Meteen stoppen ze ook met spelen en zingen en gaan op zoek naar de volgende toeristen. We hadden toch wel een toegift verwacht.
Om zes uur het avondeten: soep met popcorn, bloemkool met een sausje, gebakken aardappelen, lange sperziebonen en groentemomo's met een heerlijk sausje. We krijgen een fruitmilkshake als toetje en dan weer de bekende (choco)melk, thee en koffie. Om acht uur gaan we uitgeput naar bed na een tijdje met de gids gekletst te hebben. Net als we in bed liggen, komen er wat kinderen zingen en dansen bij onze tent. Het is de laatste dag van Deepawali. We zijn echter te duf om nog weer onze tent uit te komen en negeren het gezang dus maar. Overigens zal dit nog heel lang doorgaan vannacht. Het is vannacht ook erg warm in de tent, waardoor we niet zo goed slapen.

Zondag 29-10-2000
Om zes uur worden we weer gewekt met thee en om vijf minuten over zes, staan er weer twee bakken waswater bij de tent. Geen uitzicht vandaag, overal hangen wolken. Om kwart voor zeven gaan we aan het ontbijt: melk en pap met muesli, pannenkoeken, gekookt ei en thee- of koffiewater. We smullen weer. Rond halfacht gaan we op pad. Eerst volgen we een steil smal pad naar beneden. Ik word gered door de sherpa als ik mijn evenwicht verlies en bijna op m'n kop in de rivier val. Hierna gaat een nog steeds smal een beetje omhoog en dan komen we in een dorp waar het pad ineens heel breed wordt. Het pad daalt heel langzaam af en we lopen intussen stevig door. Dan gaan we van het grote pad af over een trappetjesweg naar beneden. Dit weggetje daalt snel af tot aan de rivier Budhi Gandaki. We lopen een tijdje door de rivierbedding en moeten regelmatig oversteken als alleen aan de andere kant een pad verder gaat. Eén keer verliest de gids een slipper als hij mij helpt oversteken. Ik gleed van een steen af, maar gelukkig zijn mijn schoenen waterdicht.

We drinken thee bij het eerste hutje wat we tegenkomen. Enorme hoeveelheden kippen en kuikens lopen daar rond. Michael maakt diverse foto's van een hen, terwijl de kuikens onder haar veren schuilen. Na de thee gaan we weer een eind door de rivierbedding waarbij we opnieuw een aantal keren moeten oversteken. Het is nog even moeilijk om over te steken naar de lunchplaats op 670 meter. Op slippers is het toch makkelijker oversteken omdat je dan gewoon door de rivier waadt. Wij moeten steeds geschikte stenen zoeken om op over te kunnen springen.

Bij de lunchplek staan twee broertjes en een zusje ons continu te observeren. Een van de jongens heeft een mooie bloemenkrans (i.v.m. Deepawali) om. De lunch bestaat vandaag uit witte bonen in tomatensaus, andijvie, witte kool, aardappelgratinee en een chemisch groen gekleurd brood. Als toetje krijgen we appel met thee en citroen. Om één uur gaan we weer op pad. Vrijwel meteen steken we een hangbrug over, waarna we een tijdje een eindje boven de rivier lopen. Dan dalen we opnieuw af en lopen weer door de rivierbedding. Het is niet eenvoudig lopen met al die enorme stenen. Om twee uur gaan we ineens weer een hoger gelegen pad volgen en al snel lopen we ver boven de rivier. Makkelijker loopt het hier wel over een zandpad met af en toe wat stenen. De rivier die we volgenden komt samen met een andere rivier en we steken ze over met een grote ijzeren brug. We rusten nog even onder een prachtige boom en komen dan in het dorp Arughat Bajar. Tot onze verbazing gaan we niet de grote rivier over die hier samenkomt met de eerdere twee, maar lopen we door het dorp. Aan het eind van het dorp wordt om drie uur het kamp op 575 meter, naast een hotel, opgeslagen. Allerlei mensen stoppen om de activiteiten in het kamp gade te slaan. Volgens de reisbeschrijving hadden we in een prachtig kamp aan de rivier bij Arket moeten kamperen, maar daar hebben ze dit kamp zeker niet mee bedoeld. Ook hebben we vandaag geen enkele aap gezien, terwijl die volgens de beschrijving hier de aandacht kunnen trekken. Vanaf nu zullen we ontdekken dat onze route en dagindeling steeds verder gaat afwijken.

 

Michael gaat proberen vlinders en/of vogels te fotograferen, maar die beesten zijn te snel voor hem. Dus maakt hij maar creatieve foto's van de zooi van verzamelde drankflessen en het uitzicht vanachter de kampplaats. We kunnen de besneeuwde toppen nog net zien.
We hebben de kok met een levende kip langs zien komen en als ik op een zeker moment naar het toilet wil (geen toilettent vandaag, maar het toilet van het hotel), breekt er paniek uit, want de kok is net de kip aan het slachten en hij is blijkbaar bang dat ik zal komen kijken.
Eén van de dragers heeft een zere keel en de gids komt aan ons vragen welk medicijn hij de jongen moet geven. De jongen heeft al paracetamol gehad. We geven maar een trachitol, want dat kan weinig kwaad. Om zes uur is er weer avondeten: uiensoep met kroepoek vooraf en dan pasta met een lekker sausje, bloemkool en boontjes. Als toetje krijgen we fruitmix uit blik en natuurlijk (choco)melk en thee- en koffiewater. We eten niet in de eettent vandaag, maar op een plaatsje net naast het hotel. We zitten nog een tijdje bij het licht van de zaklamp te lezen en gaan dan toch weer bijtijds naar bed.

Maandag 30-10-2000
Zes uur is er weer thee en om vijf over zes het bekende waswater. Om kwart voor zeven zitten we weer aan het ontbijt: kokospap, broodjes, gebakken ei, cornflakes en melk. Om halfacht gaan we weer op pad. We hebben al echt een vaste routine ontwikkeld.

 

We lopen eerst door de rest van Arughat Bajar over een vrij breed pad. Aan het eind van het dorp houden we een rustpauze en daar fotograferen we deze man die zit te genieten van een waterpijp en de vrouw die haar spullen in een zogenaamde namlo naar het dorp vervoerd. Onze drager gebruiken ook zo'n namlo om alle bagage te dragen.

Iets buiten het dorp komen we in een landbouwgebied. Overal zijn terrasjes aangelegd en op diverse plaatsen ligt de rijst in de zon te drogen. Op de foto staan koeien in hun stal.

Een eindje buiten het dorp rusten we onder een enorme boom waar twee eekhoorntjes in blijken te zitten. Het pad gaat verder door de rijstvelden en is nu smal, maar wel vlak. Voor ons hebben we een prachtig uitzicht op de besneeuwde bergtoppen.

Vervolgens komen we bij de Budhi Gandaki, een grote rivier, die we gaan volgen. Af en toe lopen we op een goed pad en dan klauteren we weer over enorme rotsen. Als we een zijrivier moeten oversteken, glijd ik weer weg. Het is opnieuw de sherpa die me red.

 

Rond tien uur gaan we via een brug de grote rivier over. We gaan een stukje steil omhoog en volgen een klein poosje terrassen. Hier zien we de man op de foto met zijn koeien zijn akkertje omploegen. Vervolgens gaan we weer steil omlaag en dan zijn we bij een zijrivier aan de andere kant van de grote rivier. Oversteken is lastig. Ik sta wiebelig op twee stenen achter Michael. Als Michael veilig is, rent de sherpa naar mij en deze keer verliest hij een slipper. Die wordt snel meegevoerd door de rivier, maar gelukkig kan hij hem een eindje verder op een rustiger plekje weer uit de rivier vissen. Na de oversteek moeten we een hele steile trappenweg omhoog.

Halverwege de top is gelukkig de lunchplek op 695 meter, zodat we even uit kunnen rusten. Het is nog geen elf uur! Voor half twaalf heeft de kok de lunch klaar: broodjes met kaas (heerlijk), gebakken aardappelen met paprika, groentemix met komkommer, wortel en bloemkool. Als toetje krijgen we mandarijnen en thee. Om kwart voor twaalf uur hebben we genoeg tijd gehad om uit te rusten en gaan we verder met onze beklimming.

  

Het blijft eerst een steile trap omhoog, later afgewisseld met stukjes door de rijstvelden die minder steil zijn. Dan weer steil omhoog. We stoppen regelmatig, af en toe vrij lang, omdat ook de dragers het zwaar vinden en langzaam gaan. Alle kinderen vragen vandaag om pennen, maar die hebben we dus niet voor ze. Aan het eind van een dorp rusten we en worden we erop gewezen dat er verderop apen in de bomen zitten. Bruine apen, weliswaar ver weg, maar toch erg leuk. Als we verder lopen passeren we redelijk dichtbij, maar er zien helaas geen kans foto's van ze te maken. En de eerdere videokansen hebben we niet benut. Het pad stijgt vervolgens bijzonder steil over rotsblokken (is het wel een pad?). Als we vlak bij het dorpje Manbu komen zien we de kok. Die gaat even discussieren met de sherpa.

In het dorp staat een carrousel op een veldje dat waarschijnlijk voorheen de kampeerplaats was. We gaan door het dorp naar beneden (deze keer steil naar beneden) en laag in het dorp komen we op een enorm veld waar het kamp op 1270 meter wordt opgemaakt. Het is intussen al kwart voor zes en we zijn behoorlijk moe. Er is geen kookhut hier, dus de kooktent moet weer opgezet worden.

 

Zoals intussen gebruikelijk komen er meteen een aantal kinderen in onze buurt zitten. Op het gras zitten allemaal kleine witte vliegjes en steeds als je over het gras loopt, vliegen ze op. Eén van de dragers komt vlakbij ons zitten en hij vraagt of we moe zijn, nou dat kunnen we beamen. Zodra de tent staat, maken we ons bed op en dan is er al thee. We gaan in de eettent zitten, want buiten is het al aardig fris. Zo fris, dat we ook onze truien ophalen. De gids komt aan ons vragen of we iets hebben tegen insectenbeten. Een klein kind blijkt in de keel gestoken te zijn door een insect. Daar hebben we natuurlijk niets tegen. Er is geen dokter in het dorp. En wij zijn ook geen experts, hoewel men dat hier blijkbaar wel denkt. Je kunt ze weinig meer advies geven, dan goed op het kind te letten om te voorkomen dat het onverwacht stikt. Doordat we erg laat in het kamp kwamen, is ook het avondeten wat later klaar. Om kwart voor zeven krijgen we tomatensoep met popcorn, gevolgd door gebakken aardappelen, pizza met losse tomatensaus en een Nepalese fruitsoort die licht gebakken is. Als toetje krijgen we appel met melk en thee- en koffiewater. Om acht uur gaan we uitgeteld naar ons bed. Het is hier gelukkig minder warm, dus we slapen beter.

Dinsdag 31-10-2000
Weer om zes uur thee en om tien over zes waswater. Om tien voor zeven zitten we aan het ontbijt: trekkersgranola (soort muesli) met pap en melk en soort opgerolde gevulde pannenkoek, spinazie-omelet en natuurlijk thee- en koffiewater. Om halfacht vertrekken we. Allereerst krijgen we een redelijk steile klim door het dorp. Dan een stukje vlak en vervolgens over een landverschuiving enorm steil omhoog.

Een eindje verder over een hele enge houten brug zonder leuningen. Ik ben blij als ik de overkant weer veilig gehaald heb. Na de brug gaan we veel verder omhoog dan we verwacht hadden.

 

We pauzeren ergens waar we een prachtig uitzicht hebben. Op de eerste foto het uitzicht in de richting waar we vandaan komen. Op de tweede foto de gids (Bajraman) en de sherpa (Sila).

We komen ook nog door Majhgaon, een typisch Nepalees dorpje, en vanaf de bovenkant maken we een foto van de daken en het uitzicht.

 

Om halfelf ontdekt de gids dat we de lunchplek voorbij zijn gelopen. We gaan verder omhoog en iets terug en vinden daar inderdaad de kok met een aantal dragers op 1945 meter. Om kwart voor elf zitten we aan een heerlijk kopje citroenthee en daarna volgt de lunch: sava (Nepalese groente die we gisteren ook hadden), rode kool, gebakken champignons, gebakken aardappelen en gefrituurde bloemkool. Als toetje krijgen we mandarijn en thee. Opnieuw zijn er een aantal kinderen die ons de hele tijd blijven observeren.
Omdat we al zo hoog zijn, verwachten we vanaf nu een vlak pad of wellicht zelfs iets naar beneden. Niets blijkt minder waar. We lopen even vlak, maar dan gaat het al gauw weer omhoog. Dan door een soort jungle weer vrij vlak, waar we diverse waterstroompjes oversteken.

Eén keer kies ik maar voor dóór het water (handig die goretex schoenen) want Michael staat zo eng te balanceren.

Op een gegeven moment moeten we zelfs over een omgehakte boom een rivier oversteken. Ik heb toch liever een steuntje. De foto is helaas niet zo spectaculair, want ik heb hem iets te ver naar boven genomen. Later gaat het pad weer steiler omhoog door de jungle. Bij 2120 meter beginnen we ons toch af te vragen waar we heen gaan. We zouden volgens de routebeschrijving net boven Dunchet moeten overnachten, maar we zitten nu al 400 meter hoger. We verwachten apen in deze enorme jungle, met prachtige korstmossen, maar zien en horen ze niet. Ineens gaan de dragers voor ons recht tegen de berg op. Waar gaan we in vredesnaam heen? We zien weinig meer nu er bewolking opgekomen is (vanochtend was het prachtig helder). Af en toe heb ik echt een handje van Michael of de sherpa nodig om me omhoog te hijsen. Nergens plek om je voeten op te zetten of je goed aan vast te houden.

Eindelijk zien we weer wat licht en iets wat op een pas lijkt. We hopen dat er aan de andere kant terrassen zijn, maar de jungle blijkt hier verder te gaan.

We lopen vervolgens over een vlak pad door de jungle en ineens zien we de kok zitten. Gaan we hier kamperen? Ja, dus. We zitten intussen op 2375 meter. De sherpa en gids vinden het wel moeilijk om een plekje voor de tenten te vinden, want het is hier erg scheef en hobbelig. Ze besluiten dan ook de toilettent maar over te slaan. Er zijn hier ook genoeg bosjes om achter te gaan zitten. Er wordt vast een zeiltje voor ons neergelegd en we krijgen thee met koekies. Onze T-shirts zijn kletsnat, dus we doen de droge shirts aan die we in de dagrugzak hadden. Eén van de dragers maakt vlak bij het zeiltje een vuurtje en daar gaan we dichtbij zitten. We houden onze T-shirts op om ze te drogen, maar dat gaat niet zo makkelijk. Het is hier enorm vochtig en zoveel warmte geeft het vuurtje niet. Om zes uur is er eten: soep met crackers, spinazie, pasta met extra saus, gebakken aardappelen en als toetje warme perziken en een flesje rum en melk en thee- en koffiewater. We gaan vroeg slapen, want het is koud. Midden in de nacht wordt Michael wakker. Hij moet plassen. Hij denkt dat het wel bijna zes uur zal zijn en blijft dus wachten tot er beweging in het kamp komt. Na een half uurtje gaat hij toch maar eens op z'n horloge kijken. Het blijkt nog maar halfnegen 's avonds te zijn!

Woensdag 1-11-2000
Weer om zes uur thee en om vijf over zes niet al te warm waswater. Om zeven uur ontbijten we met pannenkoeken, roerei, muesli, pap, cornflakes en melk en thee en/of koffie. We nemen afscheid van de twee dragers die op het laatste moment in Gorkha werden ingehuurd. We geven ze natuurlijk een gepaste tip. Om acht uur gaan we op pad. We krijgen vrijwel meteen een enge oversteek over een watertje. We moeten over een boomstam lopen om over te steken. Ik houd Michaels handen vast en schuifel achter hem aan naar de overkant. Hierna gaat het pad echt steil omhoog. Soms vind ik het gewoon eng. Bijna ligt onze bagage in het ravijn als het touw knapt waarmee de drager de spullen tilt. We komen een andere groep tegen, die bestaat uit acht à tien toeristen en een groot aantal dragers. Een tweetal Belgen denkt ons in Kathmandu gezien te hebben, maar dat kan niet. Vanaf hier moeten ze in drie dagen naar Gorkha lopen. We waarschuwen dat het erg steil zal zijn en gaan verder. Dan zien we een enorme hoop stront gevuld met besjes. De gids verteld dat het van een 'bear' is. Michael verstaat echter 'deer'. Als ik zeg dat we dan maar op moeten passen, geeft Michael aan dat die beesten toch heel erg schuw zijn.. Als de gids even verderop bij een boom uitlegt dat de beer hier waarschijnlijk geslapen heeft, begint het bij Michael te dagen. Vanaf nu kijken we extra goed om ons heen. We verzinnen zelfs een plan voor als er een beer verschijnt: Michael gaat op de grond liggen zoals de LP adviseert. Ik zet het op een rennen en Michael valt dan van achter de beer aan! Het is maar goed dat we de beer niet echt tegenkomen.

Het pad blijft stijgen maar gelukkig veel minder steil en om elf uur zijn we op de Mongeythanti Bhanjyang (Bhanjyang=bergpas) op 2965 meter. Het uitzicht naar waar we vandaan komen is nog steeds mooi. We dalen tien minuutjes af en dan zijn we al bij de lunchplek op 2920 meter. Het is hier niet al te warm, slechts 13,1 graden Celsius.

 

Helaas is het erg bewolkt, dus we hebben niet echt een uitzicht op de Ganesh en Pangsang Bhanjyang, de pas die we later gaan passeren en waar we zelfs zullen overnachten. Ik maak toch maar een paar foto's als er een gaatje in de wolken komt. Op de eerste foto zie je Ganesh IV en op de tweede Ganesh II. De lunch bestaat uit citroenthee, gewone thee, vis, bloemkool, salade, opgerolde broodjes met kaas erin. Voor het eerst geen toetje vandaag, alleen thee. Om één uur vertrekken we weer. Het gaat in het algemeen vrij geleidelijk naar beneden met af en toe een steil stukje. We zien weer een aap, een grijze deze keer. Hij kijkt Michael recht aan, maar als hij mij ziet schrikt íe en gaat íe er vandoor. Als we even stoppen zie ik een topje lager ook een aap uit een boom springen, maar die is dan ook meteen verdwenen. Na een uur gaat het pad onverwacht weer omhoog en dat blijft zo voor ongeveer drie kwartier. Dan komen we weer op een soort pas. We hebben de kok al horen roepen, maar zien hem hier niet. We pauzeren alweer (vorige pauze was tien minuten geleden) en zien nog een aap. We beginnen dan aan een stevige afdaling van ongeveer één uur.

Het kamp is opgeslagen op 2465 meter langs een beekje. Er worden een aantal vuurtjes gemaakt en we proberen onze T-shirts te drogen. Als ik nog een tijdje bij het vuur sta, begin ik duizelig te worden van de rook, dus ik ga ondanks de kou toch maar in de eettent zitten. Om halfzeven uur krijgen we ons avondeten: kippenbouillon met popcorn, loempiaatjes met saus (zalig), aardappelen nog in de schil, aardappelen met groente en boontjes. Natuurlijk weer melk en thee- en koffiewater toe. Ook vanavond krijgen we helaas geen toetje. Zou alles op zijn?

Donderdag 2-11-2000
Vandaag mogen we uitslapen. We worden om halfzeven gewekt met thee en om vijf over halfzeven staat het waswater voor de tent. Om kwart over zeven zitten we aan het ontbijt: Nepalese broodjes, gekookte eieren, melk, pap en water. Om kwart voor acht vertrekken we. De tent is kletsnat ingepakt. De drager die de tenten draagt moet vandaag een paar kilo extra sjouwen. En dat terwijl de zon al op het kamp stond. Wij zouden wel even gewacht hebben tot die tent wat droger was. Het is vanochtend prachtig helder en we hebben uitzicht op de Ganesh en de Paldor Peak. We kunnen de dragers absoluut niet volgen naar beneden, vooral als het in het begin vrij steil naar beneden gaat. Gelukkig is het pad af en toe ook vrij vlak.

 
  
  
   

We komen door het zeer langgerekte dorpje Borang waar we enorm veel foto's van de Tamangvrouwen en -kinderen maken. De mensen zijn zo mooi hier! We dalen vervolgens meestal langzaam en af en toe een klein stukje op een 'trappenweg' af tot we om elf uur bij de lunchplek zijn op 1590 meter. We genieten weer van citroenthee en gewone thee. Om half twaalf volgt de lunch: gefrituurde aardappelen, boontjes, witte bonen in tomatensaus, gekookte aardappelen met ui, gezoet brood met plakjes kaas. Om één uur gaan we weer op pad. De kok heeft twee hanen geregeld en die worden nu in de manden gestopt. Dat gaat niet al te zachtzinnig, dus ik heb medelijden met de arme beesten. Gelukkig krijgen ze uiteindelijk toch wel een goed plekje in de mand. Het pad dat we gaan volgen gaat aanvankelijk nauwelijks naar beneden, maar als we in de buurt van de rivier komen wordt het ineens wel behoorlijk steil. Het is gelukkig een vrij goede trappenweg met af en toe een pad langs de rotswand. Ineens zijn we bij de Lapa Khola (1265 meter) en moeten we een brug over. Ik kan de zijkant niet vasthouden, dus zo'n schommelbrug is best eng. Net als we verderop op het pad de spullen van één van de dragers passeren, maakt de gids een sprong in de lucht en rent hij er vervolgens vandoor. Hij roept: a snake, a snake. Michael verstaat hem weer eens niet, dus die wil gaan kijken wat er aan de hand is. Ik waarschuw maar dat helpt niets. Toch zie ik de slang eerder dan Michael. Hij is ongeveer een duim dik, gifgroen en iets meer dan een meter lang en hij glijdt zachtjes door het gras langs het pad. Ik ren ook maar door. De sherpa gooit een steen naar de slang en realiseert zich dan dat de drager achter het heuveltje zat te poepen. Die komt verschrikt te voorschijn, zijn broek nog ophijsend. Het arme joch, hij is waarschijnlijk een jaar of 13!

Al snel moeten we weer over een brug, nu over de Ankhu Kola, ongeveer even eng. Deze keer met iets meer handsteun, maar de planken zijn erg slecht. We rusten meteen na de brug en gaan na een kwartiertje verder. Nu omhoog gedurende ongeveer twintig minuten, waar we het kamp al om kwart voor drie vinden op 1415 meter. We zitten hier vlakbij het dorpje Albulgaon.

Als ik iets uit de zwarte rugzak wil pakken, blijken er een soort brandvlekken in onze reserve T-shirten te zitten. Het blijkt het flesje Iodine te zijn wat onder in de rugzak zat. Het flesje is kapot gegaan. Onze jassen hebben allebei een klein vrijwel onzichtbaar vlekje opgelopen, de Lonely Planet is van boven verkleurd en de T-shirts zijn ondraagbaar geworden. Die verbranden we daarom maar. Ik had al tegen Michael gezegd dat zijn Marsopilami shirt niet meer mee naar huis mocht, maar nu heeft Michael hem tijdens de trekking maar één keer gedragen. Dat wordt extra lang met de andere shirts doen. Het Kerkebosch T-shirt hebben we bijna nog helemaal niet gedragen, want dat hadden we van het hotel gekregen waar we onze huwelijksnacht doorgebracht hebben.
Helaas is het behoorlijk bewolkt, dus we hebben geen uitzicht op sneeuwbergen, maar de kunnen de rivier wel prachtig door het dal zien stromen.
Op een gegeven moment horen we een hoop kabaal in de kooktent, daarna volgt een grote stilte: de haan is geslacht.

Om 17.45 uur krijgen we al ons avondeten: kippensoep met crackers, hanenpoot (niet bepaald sappig, met een enorm hard vel), kipcurry (met bot en ingewanden..), dal, rijst en andijviesalade (erg bitter). Het smaakt allemaal niet zo vandaag, we geven toch de voorkeur aan de vegetarische of vismaaltijden. Als toetje krijgen we warme perzik, melk en thee- en koffiewater. Het terras waar de tent op opgezet is, is nogal scheef en ik slaap dan ook weinig. Daarbij houdt Michael me ook nog wakker met z'n gesnurk.


Vrijdag 3-11-2000
Als we vanmorgen wakker worden is het helder en hebben we weer een prachtig uitzicht.

Om twintig over zes thee en vijf minuten later waswater. Hebben ze zich verslapen? Zes uur was toch de bedoeling. Om zeven uur zitten we aan het ontbijt: pannenkoeken, omelet, muesli, melk, pap en thee- en koffiewater. Pas om tien voor acht vertrekken we. Het pad is vanochtend niet moeilijk, hoewel het af en toe behoorlijk stijgt over trappenwegen. Dat kost wel wat zweetdruppels. Het uitzicht op de Ganesh wordt steeds mooier, maar er komen wel steeds meer wolken.

  

Bij een rustplek bij een chorten, komen we een Nieuw-Zeelandse tegen. Ze is hier sinds twee weken samen met een groep anderen om Engelse les te geven. Er bleek wel een school te zijn, maar in het lokaal alleen een schoolbord, verder helemaal niets. We blijken in een eerder dorp al één van de andere vrijwilligers tegen gekomen te zijn, nl in het dorp waar we zoveel foto's van de mensen gemaakt hebben. In Tipling schijnen wel een paar scholen te zijn waar ook mensen van deze groep les geven. Als ik een foto wil maken van het uitzicht ga ik in een hoop stront staan. Ik ben tijdenlang met stokjes bezig om het weer tussen het profiel van mijn schoenen uit te krijgen.

  

Bij een volgende chorten houden we opnieuw een rustpauze. Als we al een tijdje zitten, komen ook de laatste dragers dit steile stukje omhoog gestapt. Er staan hier een groot aantal kinderen, waarschijnlijk afkomstig uit Shertung, geïnteresseerd naar ons te kijken.

 

Om elf uur zijn we al weer bij de lunchplek op 1870 meter. Het is erg warm vandaag, maar liefst 26,7 graden Celsius. Michael maakt nog gauw een foto van het uitzicht op de Ganesh voordat de wolken ervoor komen. We worden bewonderd door twee jochies achter een steen. De citroenthee en gewone thee smaken weer heerlijk. Om half twaalf krijgen we lunch: rode kool salade, gebakken champignons met worteltjes, zoete broodjes (gevuld met lucht) en vis en thee met verse citroen na. Om halféén moeten we via een redelijk steil trappenweg omhoog. Voor de 2e keer vandaag heb ik poep onder m'n schoen (ik word gek!). Het pad is vervolgens een stukje vlak en gaat dan weer even steil omhoog. Boven op 2030 meter zit één van de leraressen (Gaby) uit Zwitserland. Ze vertelt dat ze net les heeft gegeven in Shertung. Er is geen papier en de kinderen kunnen alleen maar napraten en geen enkele eigen zin maken. We kletsen gedurende een kwartier en gaan om half twee verder. Dit keer bergaf.

Om vijf over twee zijn we in het dal op 1690 meter bij een erg nieuwe brug. Er naast is echt een enorm stuk van een berg met een lawine naar beneden gekomen. Vanaf hier gaat het volgens de routebeschrijving de komende dagen alleen nog maar omhoog. Allereerst moeten we een steil pad langs de bergwand volgen. Af en toe is het alleen maar zand en vrij steil waarop we weinig grip krijgen. Er is zelfs een halve meter van het pad weggeslagen, waar we overheen moeten springen. Op een top rusten we uitgebreid en geven we ons pak geplette crackers aan de kinderen en mevrouw die ons hier aan staan te staren. Ze steken bloemen in mijn haar en zijn erg geïnteresseerd in mijn knipjes. Die geef ik echter niet af, want ik wil het haar ook de komende dagen uit mijn ogen kunnen houden. Hierna wordt het pad minder steil maar het blijft wel omhoog gaan en ik ben wel blij als we om kwart over vier eindelijk bij het kamp in Tipling (2290 meter) zijn. We zijn enorm bezweet, de T-shirts zullen vandaag niet meer drogen, want het is intussen erg bewolkt geworden. We hebben op het laatst niet meer gestopt omdat we het te koud vonden in de schaduw, maar daardoor moeten we wel een half uur wachten voordat de dragers met de tenten en onze bagage in het kamp zijn. We hebben wel een droog T-shirt bij ons, maar nu zouden we toch ook wel een trui aan willen! Om zes uur vallen we weer aan op ons avondeten: kippensoep met kroepoek, opgerold brood gevuld met spinazie + tomatensaus, gekruide bloemkool en een soort harige boontjes (we hebben eerder gezien hoe een tweetal kinderen deze vruchten uit een soort passiebloemstruik plukten). Alles is weer lekker vandaag en het vult enorm. Het veldje waar we staan ligt trouwens vol koeienvlaaien, dus we hebben beiden alweer onder een schoen van die ellende zitten. Misschien de schoenen maar niet in de binnentent vanavond..

Zaterdag 4-11-2000
We mogen weer uitslapen vandaag, om halfzeven krijgen we thee en vijf minuten later ons waswater. Om iets over zeven zitten we aan het ontbijt: Nepalees brood met het bekende beleg (wel nieuwe marmelade vandaag), gekookte eitjes, pap, melk en granola. Om tien voor acht gaan we op pad. In eerste instantie gaat het al vrij snel omhoog en helaas zijn er slechts af en toe trappen aangelegd. Op steiltes zonder trappen voelen we de kuiten wel vandaag. We moeten vandaag in zes uur 1500 meter stijgen naar de Pangsang Bhanjyang en ik zie er na tien minuten al aardig tegenop. Elk half uur pauzeren we een paar minuten waardoor ook de laatst dragers (degene met de tenten en degene met onze bagage) vandaag niet ver achter komen. Gelukkig is het pad in de jungle gedurende ongeveer een half uur ook vrij vlak, dus ik kan weer een beetje bijkomen.

Daarna gaat het weer steil omhoog tot aan de lunchplek, waar we om tien voor elf uur arriveren. We hebben nog zeker 800 meter te klimmen naar het kamp, want het is hier bijna 3000 meter. Straks krijgen we eerst een steile klim die we al zien liggen en waarop we ons dus mentaal voor kunnen bereiden. Het is trouwens vreemd dat we vandaag al op de Pangsang Bhanjyang gaan komen, dat was volgens de routebeschrijving morgen de bedoeling. We lopen dus een dag voor. We hopen maar dat de hele trekking straks niet een dag korter zal blijken te zijn. Dat moeten we nog maar eens navragen bij de gids. Om kwart voor twaalf uur krijgen we lunch: citroenthee, gewone thee, gestoomde broodjes, gebakken aardappelen met een heerlijk tomatensausje, die groene stekelvruchtjes en een heerlijke groene salade met tonijn en thee na natuurlijk. Om twintig over twaalf gaan we dan weer op pad. Het is inderdaad vrij steil omhoog en we klimmen 350 meter voordat het pad weer even vlak wordt. Daarna wordt het weer steiler en we rusten elk half uur, want je raakt hier gauw buiten adem. Vooral het laatste stuk blijkt erg steil over grasland omhoog te gaan. Af en toe ga ik eerder achter, dan vooruit (ik val steeds terug). Ik ben dan ook erg blij als we om halfvier de Pangsang Bhanjyang (3825 meter) bereiken. Er staan al een heleboel tenten en een groep van elf toeristen blijkt hier al een dag te kamperen. We spreken met twee mensen uit die groep, die buiten op een bankje de kaart van het gebied bestuderen. Het is hier erg koud en zij zijn dan ook dik ingepakt. We hebben onze truien half over onze rugzak heengetrokken, zodat ze niet net als het T-shirt nat worden van het zweet. We hebben weinig zin om buiten in de kou te gaan zitten en er is totaal geen view door de bewolking, dus we gaan het theehuis van binnen bewonderen. De deur is erg laag en er zijn geen stoelen of tafeltjes binnen. Wel een haardvuurtje met wat millotwijn (soort rijstwijn) en onze kok zit in een hoekje te koken. We warmen ons bij het vuurtje. Als de tent opgezet is, gaan we extra kleding aandoen (we overdrijven nogal) en gaan dan naar de eettent voor thee.

Als die op is loopt Michael naar een uitzichtpunt om foto's te maken (het is iets helderder geworden). Ik krijg het intussen vrij koud en als Michael terug is, besluiten we weer in het theehuis te gaan zitten. Of we daar ook willen eten? Nou graag! We krijgen kippensoep met popcorn (ronddelen hiervan lukt niet echt). Dan krijgen we een plakkaat spaghetti met kaas (heerlijk maar erg machtig), aardappelen en kapucijnders. Als toetje warme perzik en koffie, thee, chocomelk en een flesje rum. Ook hiervan lukt het delen maar half. Als het vuurtje rond acht uur uit begint te gaan, gaan we maar naar bed. We hebben genoten van de gezelligheid, hoewel we de mensen niet verstaan. Ze kunnen animerend vertellen en je moet gewoon meelachen. We stinken wel enorm naar rook en dat zal de komende vijf dagen wel niet meer veranderen. Af en toe begin ik te verlangen naar een normaal toilet en een warme douche. De extra dag is vandaag trouwens opgehelderd. We blijken niet meteen uit Betrawati te vertrekken, maar daar te overnachten.

Zondag 5-11-2000
Als we rond middernacht naar het toilet moeten, zit zowel de buiten- als de binnenkant van de tent vol met ijs. Het blijkt zelfs binnen in de tent elf graden onder nul te zijn. Toch hebben we het niet koud in onze slaapzakken. Ik heb voor de zekerheid wel twee lagen kleding aangetrokken. Hoewel we gezegd hebben dat we wel tot negen uur uit willen slapen, krijgen we voor zeven uur al thee en waswater. We gaan daarna nog maar even in de slaapzak liggen lezen. Het is wel helder, maar erg koud. Toch geniet ik even van het eerste uitzicht dat ik op de Langtang heb. Al snel komen er veel wolken. Rond halfacht besluiten we toch maar op te staan en gezien de kou gaan we weer in het theehuis zitten. Het ontbijt is meteen klaar (we zijn bang dat ze al een tijdje op ons hebben zitten wachten). We krijgen muesli met pap en melk, pannenkoeken en omelet en thee, koffie en chocomelk. Als we aangeven een eindje omhoog te willen lopen, blijkt de sherpa dan mee te gaan. Blijkbaar mogen we echt niet alleen op pad. Als we weggaan blijkt ook één van de dragers mee te gaan. De gids blijft wel achter in het theehuis.

Als we een mooi uitzicht hebben op het kamp en de drie theehuizen, maken we een foto. Alle lagere en verder gelegen gebieden zijn echter in de wolken gehuld. Ik voel me eigenlijk niet zo lekker (diarree en rook in de longen van het houtvuurtje) en krijg het al vrij gauw benauwd. Nadat de drager mijn rugzakje heeft overgenomen, klim ik nog wel een eindje mee, maar geef het na een klein uur toch maar op. We zitten in de wolken en ik heb het sterke vermoeden dat we er niet bovenuit zullen komen. Dan ga ik toch maar liever warm in mijn slaapzak liggen. Samen met de drager ga ik naar beneden, terwijl Michael en de sherpa verder gaan. Mijn rugzakje wordt overgenomen door de sherpa, zodat Michael wel foto's kan maken als er nog uitzicht komt. Gelukkig is het een stuk minder zwaar om omlaag te gaan, dus ik kan zelfs een beetje kletsen met de drager. Ik vraag nogmaals naar zijn naam en die blijkt Men Kumar Tamang te zijn. Het is een heel aardige jongen, hij heeft een enorm accent, maar kan toch wel wat Engels. Hij vertelt over zijn dorp en Nederlandse toeristen die hij op eerdere reizen heeft ontmoet. Terug in het kamp ga ik lekker in bed liggen, waar ik al snel verrast word met citroenthee en daarna een pot gewone thee. De gewone thee gebruik ik maar voor de ORS. Ik heb geen honger dus als ze komen vragen of ik lunch wil, zeg ik dat ik liever in bed blijf liggen.
Rond drie uur duikt Michael weer op. Hij heeft samen met de sherpa een waar avontuur beleefd, want ze presteerden het om te verdwalen. De sherpa dacht dat hij vanaf de top (4300 meter) een andere weg terug wist, maar dat ging helemaal mis. Er was zoveel bewolking dat ze de zon niet eens konden zien en ze geen idee hadden welke richting ze op liepen. Na een tijdje waren ze gestegen in plaats van gedaald en toen gaf de sherpa toe dat hij verdwaald was. De GPS heeft ze uiteindelijk terug naar het kamp geleid. Toen Michael hem aanzette waren ze 3,7 kilometer van het kamp. Het heeft ze drie uur gekost om die kilometers af te leggen. Er was namelijk steeds geen pad in de richting die ze wilden, dus zijn ze regelmatig recht tegen een rotswand opgeklommen. Voor het eerst heeft Michael een beetje last van zere voeten en hij heeft een blauwe plek onder z'n voet! Michael heeft de sherpa als dank voor de begeleiding 150 roepie gegeven. Dit lijkt erg weinig, maar als je weet dat een drager voor een hele week tussen de 150 en 300 roepies als extra beloning krijgt, dan is het voor hen een klein kapitaaltje. Aan het eind van de tocht moeten we de fooi voor alle begeleiders aan de gids geven en dan wordt het op de standaardwijze verdeeld. Wij geven nu echter liever wat extra's aan de sherpa en de drager die vandaag meegeweest zijn. De sherpa is trouwens überhaupt een bijzonder vriendelijke man, die eigenlijk behulpzamer is dan de gids.
Vrijwel meteen wordt opnieuw citroenthee en gewone thee aangeboden en wordt door Men Kumar gevraagd of we lunch willen. Ik maak van de gelegenheid gebruik om Men Kumar 100 roepie te geven voor de goede zorgen van vandaag. Michael heeft wel honger gekregen van de inspanning en ik ga maar mee naar het theehuis. De lunch is weer extreem: pizza met knakworst, rode kool, witte kool met gebakken ui en gebakken aardappelen. Weer een veel te veel en erg lekker. Ik eet toch aardig wat en drink ook een paar kopjes thee. Om kwart over vier gaan we de tent vast een beetje opruimen voor morgen en we willen rond vijf uur nog even naar de dichtstbijzijnde top lopen om wat eetlust op te wekken en we hopen stiekem op een beetje view. Jammer dat het juist deze dagen zo enorm bewolkt is.

De wandeling naar de top levert nog wel een foto van de Langtang op, waar de top net boven het wolkendek uitsteekt.

Om halfzes eten we opnieuw in het theehuis. Deze keer krijgen we soep met crackers, pasta met losse extra saus, andijvie en gebakken aardappelen. Vervolgens wordt op het haardvuur een pan eten voor henzelf bereidt. Het lijkt wel een soort aardappelpuree wat ze maken, er verdwijnt een enorme zak poeder in een pan met water. Als ze gaan opscheppen, wordt er op elk bord een grote berg gegooid en daarbij wordt steeds de naam van één van de bergen in Nepal genoemd. We moeten er erg om lachen. Vanavond gaat het vuur vroeg uit, dus we duiken snel in de tent.

Maandag 6-11-2000
We moeten weer vroeg op vandaag. Om zes uur weer de gebruikelijke thee op bed en vijf minuten later het waswater. Gelukkig is dat vandaag extra warm. Om kwart voor zeven zitten we aan het ontbijt: de lekkere broodjes maar eerder al klaargemaakt en daardoor nu helaas hard en oud (jammer), gekookt ei en muesli met pap en melk.

Vanmorgen maken we nog maar een fotootje van het tentenkamp op de Pangsang Bhanjyang.

 

Om halfacht gaan we op pad. Er hangt wel wat bewolking, maar de toppen van de Ganesh en Langtang steken er bovenuit, dus we maken diverse foto's. Vanochtend is het erg afwisselend. Af en toe een erg steile klim of afdaling, daartussen stukken vlak, maar zelfs die zijn meestal moeilijk begaanbaar door de enorme rotsblokken waar we overheen moeten klauteren. Het hoogste punt dat we vanochtend bereiken ligt op 3965 meter.

Lange tijd lopen we door een rodondenderonbos. Al rond elf uur zien we de lunchplek (ons blauwe zeiltje) in de verte, maar het duurt nog zeker een half uur voor we er zijn. We zijn intussen afgedaald tot 3630 meter. Tien minuten nadat wij gearriveerd zijn, gaan de eerste dragers al weer op pad. Wij zitten op dat moment net te eten. Geen uitgebreide lunch vandaag, want er is hier geen water te krijgen. We eten gekookt ei met een paneerlaagje, gekookte aardappelen met ui en Nepalese broodjes met het bekende beleg. Al na een kwartier stappen ook wij weer op. We dalen eerst nog af to 3540 meter, maar daarna gaat het omhoog naar de Singla Bhanjyang. Aanvankelijk niet zo, maar later erg steil. Ik voel me nog steeds niet helemaal lekker en heb er dan ook vrij veel moeite mee. Zo erg dat ik tegen de tijd dat we op 3950 meter zijn, denk nooit boven te komen. Sila biedt opnieuw aan mijn rugzak te nemen en deze keer maak ik daar toch maar dankbaar gebruik van. Gelukkig blijken we intussen ook bijna boven te zijn. Op de Singla Bhanjyang (3975 meter) ga ik meteen uitgestrekt op de grond uit liggen hijgen. Gelukkig is de zon er even bijgekomen, dus is het niet al te koud.

We blijken zelfs een beetje uitzicht te hebben. Na een kwartier pauze gaan we weer verder: tot mijn verbazing blijken we nog verder omhoog te moeten! Dat hadden we niet verwacht. Gelukkig hoeven we maar 45 meter te stijgen voor we over de kam kunnen. Het hoogste punt van de standaardroute is dus 4020 meter.
Vervolgens gaat het lange tijd langs de bergkam. Het pad gaat steeds een paar meter steil omlaag, een paar meter vlak en dan weer een paar meter omhoog. We dalen eerst maar weinig af. Het pad blijft wel vrij moeilijk met enorm veel stenen.

Ineens gaat de gids stilstaan en wijst een groep sneeuwhoenders aan die links van ons tussen het bos en het pad zitten. We proberen ze niet op te schrikken, terwijl we de foto- en videocamera pakken en dat lukt. Ze steken het pad over en blijven een tijdje rechts van ons heen en weer waggelen. Dan schrikt eentje toch van een geluidje en gaan ze er om de beurt vandoor.

 

Onderweg zien we ook steeds meer bloemetjes. Vaak van die lieve kleintjes als op de eerste foto waar ze op en langs het pad groeien. We zijn iets lager gekomen en we zitten hier in een dik wolkenpak. Naast het pad zien we echt maar een paar meter. Net genoeg om te zien dat daar een enorme afrond ligt.

Dan gaat het toch een tijdje vrij steil naar beneden. Het pad is hier duidelijk in de rotswand uitgehouwen. We komen ineens op een grote grasvlakte. Hier dalen we ook over af, tot we het kamp zien opdoemen uit de wolken. Het is halfvier en we zitten op 3640 meter. De kok nodigt ons meteen uit om bij het vuur te gaan zitten en daar maken we dankbaar gebruik van. Het vuurtje vonkt aardig en er komt ook allemaal wit gruis af, na een kwartiertje begin ik op sneeuwwitje te lijken. We krijgen trouwens ook meteen thee en koekkies. Er staan op dit terrein weer een paar kookhutten en er staan ook twee tenten van andere toeristen. Als we het toch een beetje koud krijgen bij het vuurtje, besluiten we de tent in te gaan ruimen. Als dat gedaan is gaan we nog maar een uurtje in de tent liggen lezen. Voor het avondeten gaan we opnieuw bij het vuurtje zitten. Het eten wordt echter toch in de eettent gebracht, dus gaan we daar maar in de kou zitten. We houden ons eerst warm met soep en popcorn en krijgen daarna met kaas gevulde momo's met een tomatensausje, gebakken aardappelen en een groenteschotel met daarin o.a. de stekelvruchtjes. Als toetje krijgen we warme vruchtjes en maken we de chocomelk op. Ik neem ook nog maar een kopje thee, want op deze hoogte moet je genoeg drinken.

Dinsdag 7-11-2000
Om halfzeven krijgen we thee en een kwartier later het waswater. Om halfacht zitten we aan het ontbijt: pannenkoeken, een gebakken eitje en melk. Geen pap vandaag! Het is koud met het windje, maar we zitten lekker in het zonnetje met een prachtig uitzicht op Langtang. Alles gaat wat rustiger vandaag, de tenten mogen een beetje drogen voordat ze ingepakt worden.

 

Intussen ga ik vast wat eerste foto's van de Langtang en ons tentenkamp maken. Pas na achten gaan we op pad. Vanochtend vraagt het pad veel concentratie. Vooral als we over losse steentjes naar beneden moeten. In het begin gaat het af en toe ook wat vlakker door het bos, maar meestal dalen we over stenen naar beneden. Allemaal niet heel erg moeilijk of gevaarlijk, maar je moet je aandacht er wel goed bijhouden. We zijn erg blij met het zonnetje en de prachtige uitzichten die we regelmatig op Langtang hebben. Nog voor half elf wordt het pad ineens weer vlak en gaat het langs een kam en dan zijn we al bij de lunchplek.

 

Geen plekje in het wild deze keer, maar een stop bij een hotel op 2910 meter. We kunnen op een bankje aan een tafel (niet echt een westers formaat) zitten op het terras van het hotel. We krijgen meteen citroenthee en gewone thee terwijl we met de GPS op de kaart uitzoeken waar we nu zijn. De lunch bestaat uit vis, opgerold brood gevuld met groenten, groentesalade met tomatensaus (soort wortelen), groene salade, gefrituurde witten bonen en een blok kaas en natuurlijk thee na. Michael maakt nog een laatste foto van het uitzicht op de Langtang en van de prachtige rotspartij waar we net overheen afgedaald zijn.
Om kwart over twaalf gaan we weer op pad. Gedurende twee uur dalen we slechts 200 meter, veel minder dan we verwacht hadden, want volgens de sherpa gaan we vannacht op 2200 meter overnachten. Het pad is zeer goed te lopen. Het lijkt vaak op een Nederlands bospaadje, waarbij je regelmatig over boomwortels je weg zoekt. Dan gaat het pad ineens heel erg steil omlaag en dalen we in korte tijd 60 meter. Hierna wordt het pad weer vlakker en loopt dwars over voormalige terrasakkers. Op dit moment groeit er alleen nog wat gras. Het pad blijft over de terrassen lopen, maar die verschillen nogal in hoogte waardoor we nu toch snel afdalen. Uiteindelijk komen we bij het dorp wat we aan het einde van de zeer steile afdaling al hadden zien liggen. Er volgt nog een flinke klauterpartij en dan zijn we onder aan het dorp bij de kampplaats op 1990 meter. Het kamp wordt weer eens op een terras opgeslagen en tot onze verbazing blijkt hier zelfs een officieel toiletgebouwtje te zijn. Nog steeds een gat in de grond en geen licht, maar toch. M'n knie is vanmiddag enigszins pijnlijk geworden en m'n enkels zijn ook aardig opgerekt door diverse slippartijen. Ik ben zelfs drie keer min of meer gevallen vandaag. Gelukkig niet ernstig, maar je wordt er wel moe en onzeker van.
Al snel staan de tenten en gaan we alles klaarmaken voor de nacht. Dan is er alweer de dagelijkse thee met koekjes en al voor zessen volgt het avondeten: soep met crackers, gebakken aardappelen, een witte ietwat bittere groente, tomatensausje en een soort appelflappen die zijn gevuld met slabladen of zo. Die zijn erg lekker. Als toetje warme ananas en koffie, thee en melk. We hebben intussen vanuit de eettent een prachtig zicht op de zonsondergang.
De hele tijd horen we al gedreun van muziek uit het dorp komen en toen we door het dorp liepen, zagen we mannen die helemaal versierd waren met bloemen. Er blijkt deze twee dagen één of ander festival in dit dorp te zijn. Om kwart over acht gaan we toch maar naar bed, want we zijn het lezen moe. Zo laat hebben we het tijdens deze wandelreis nog niet gemaakt.

Woensdag 8-11-2000
Om halfzeven worden we gewekt met thee en vijf minuten later krijgen we buitengewoon koud waswater. Om kwart over zeven zitten we weer aan het ontbijt: rijstepap met kokos, Nepalese broodjes, gekookt ei en melk en thee- en koffiewater.

Terwijl wij ontbijten komen er allerlei schoolkinderen langs en dit jongetje en zijn broertje blijven ons wel erg lang in de gaten houden. Om tien voor acht vertrekken we. We gaan vandaag zelfs eerder weg dan de dragers! Zou de bus toch op ons wachten in Betrawati? De eerste twee uur dalen we zo'n 500 meter af. Eerst lopen we op een pad tussen terrassen door, waarbij het pad aan beide kanten een stenen muurtje heeft. Dan wordt het pad breder en beslaat zelfs een heel terras en nog later wordt het een mooi smal bospad. Het eerste deel is dus zeker niet steil of moeilijk te noemen. Vervolgens krijgen we een bospad wat wel behoorlijk daalt en deze gaat over in een mooie trappenweg die in korte tijd 60 meter daalt. Dan verlaten we de trappenweg weer en dalen opnieuw tussen de terrassen af. Af en toe een paar stappen steil naar beneden en verder blijft het geleidelijk afdalen. Op het laatst daalt het echter zeer snel en steil tot aan de brug over de rivier op 700 meter. Het is wel een staaldraadbrug, maar er missen nogal wat planken om op te staan. Het is intussen al tien over twaalf en de gids en sherpa hebben door dat we de kok en dragers mis zijn gelopen. We gaan richting de huizen die iets verderop aan de rivier liggen. Het beloofde theehuis kunnen we niet vinden, dus gaan we maar ergens op een muurtje zitten. We maken een zakje noten (het lijkt wel vogelvoer) open in afwachting van de lunch. Dan hoort Sila van een passant waar de kok zou zijn en hij gaat daar heen. Eerst loopt hij gewoon snel, maar bij de brug begint hij zelfs te rennen. De gids gaat intussen cola voor ons halen. We zitten hier enorm op de tocht, maar het is gelukkig niet koud. Onze T-shirts zijn wel snel droog zo. Iemand vraagt om ons adres, maar we kennen hem helemaal niet! We geven het dan ook niet. Rare mensen kom je hier tegen. Tussen één uur en half twee komt Sila aangesneld met het hulpje van de kok. Ze hebben onze lunch bij zich. Het slaapmatje van Sila wordt op een muurtje gelegd en daar mogen wij op zitten en krijgen zo onze lunch: heerlijk zoet broodje, twee plakken kaas, gefrituurde aardappeltjes, andijvie en groene salade met tonijn. Helaas zullen we het vandaag zonder de citroenthee en gewone thee moeten doen.
Rond twee uur komen de kok en andere dragers aan. Heeft Sila samen met de hulp van de kok zo lang hard gerend? Met de hele groep lopen we over een volgende brug ditmaal over de grote rivier (lekker wiebelen) en een stukje door het dorp. Dan verlaten we de weg en gaan naar de rand van de rivier. We steken een zijstroompje van de grote rivier over en komen op een enorm grasveld, waar het kamp op 618 meter opgemaakt zal worden. Deze plek ligt aan weer een andere zijtak van de grote rivier. Diverse mensen zijn aan het zwemmen en wij worden ook meteen naar het water gelokt. Lekker pootjebaden voor een half uurtje. Ik twijfel of ik er niet helemaal in zal springen, maar zie toch op tegen het natte pak. Als ik weer omhoog ben geklauterd, komt Michael achter me aan. Hij vergeet echter z'n schoenen en als hij die wil gaan halen valt hij achterover in het water! Toch een nat pak dus. Helaas heb ik er niets van gemerkt. Ik ontdek pas dat Michael gevallen is als hij drijfnat boven aankomt.

De rest van de groep is intussen ook de rivier ingedoken om zichzelf en hun kleren te wassen. Overal wordt de kleding in de bomen en struiken gehangen. Of die spullen vandaag nog droog worden? De zon doet in ieder geval z'n best, want die brand er nog een paar uur vrolijk op los. Ik ga lekker met een kopje thee in het zonnetje zitten, terwijl Michael voor de schaduw kiest. Michael krijgt weinig kans om te lezen, want drie kinderen blijven hem maar vragen stellen. Michael vindt het nog wel lachwekkend, ik ook zolang ik door kan lezen. We zien opnieuw een mooie zonsondergang op een bergtop voor ons en nu wordt het langzaam donker. In dit dorp hebben ze wel elektriciteit en dat betekent zelfs een lampje op de kampplaats. Maar echt veel zien we ook weer niet.
Om kwart voor zeven is het tijd voor het avondeten: kippenpoten (deze keer gelukkig wel mals en krokant), rijst, dal, kipcurry (helaas opnieuw met allerlei levertjes etc, dus ik durf hem niet aan) en aardappeltjes met die Nepalese witte groente in een tomaatachtig sausje. Als toetje krijgen we een heuse taart met de tekst 'good luck'. Bovendien krijgen we een flesje Nepalese whisky aangeboden door de groep. We gaan buiten op een zeiltje zitten en na een poosje is de hele groep verzameld. We geven iedereen een stukje taart en bieden vervolgens de gids de fooi van 8500 roepies voor de hele groep aan en geven aan dat we een perfecte trip hebben gehad en bedanken de groep daarvoor. Michael stelt voor om een video-opname te maken, waarbij we de video rond laten gaan en iedereen in de camera zijn naam en leeftijd zegt. Zo gezegd zo gedaan. Het moet wel een keer over omdat de kok de eerste keer bij het afgeven de video uit heeft gedrukt. Dan drinken wij het flesje whisky leeg terwijl de rest aan de rijstwijn zit. Na een tijdje komt Men Kumar bij ons zitten samen met de twee jongsten van de groep. Hij begint een verhaal en verteld 10 keer hetzelfde (kortom hij is behoorlijk aangeschoten). We moeten enorm om hem lachen als hij steeds weer begint over 'local beer' en dat hij een 'porter' is. Uiteindelijk gaat hij zelfs dansen terwijl de anderen zingen. Ook Michael en ik moeten even meedansen van hem. Het liefdesliedje wat de anderen zingen gaat als volgt:

RESHAM PHIRIRI

(refrein:)
Resham phiriri
Resham phiriri, resham prhiriri
Udera jaau ki danda ma bhanjyang
Resham phiriri

Ek naale banduk, dui naale banduk mrigalaai taakeko
Mrigalaai maile taakeko hoina, maayaa laai daakeko

(refrein)

Kukurlaai kutti kutti biraalo laai suri
Timro haamro maayaa priti, dobato ma kuri

(refrein)

Saano me saano gaaiko baccha bhirai ma, Ram Ram
Chodera jaana sakina maile, baru maayaa sangai jaau

(refrein)

Dit liedje hebben we de afgelopen weken al vaak gehoord, vooral Sila zong het regelmatig. Rond half tien besluiten we naar bed te gaan, alweer de laatste overnachting op deze trekking.

Donderdag 9-11-2000
Om zeven uur krijgen we thee en vijf minuten later het waswater.

Om halfacht zitten we al aan het ontbijt: pannenkoeken, roerei, pap, melk en cruesli. Het duurt vrij lang voordat de zon over de bergen op het kamp schijnt.
De anderen gaan de tenten wassen in de rivier, terwijl wij een boek lezen. We hebben al onze T-shirts verzameld in een plastic tas en die geven we nu aan de gids. We hebben met hem afgesproken dat hij de shirts onder de groep zal verdelen. Rond half tien blijkt de bus gearriveerd te zijn. We dragen eindelijk een keer zelf onze bagage en weigeren deze af te geven. Tien voor tien vertrekt de bus. Al snel zien we een grote groep kleine bruine apen langs de kant van de weg. Jammer dat we er onder het wandelen niet zoveel gezien hebben. Onderweg lunchen we ergens en zoals met de gids afgesproken maken we ook nog foto's van de groep.

boven v.l.n.r.: Sangdea Tamang, Frerpa Lama, Bajraman Tamang (gids), Padia Tamang, Arjun Tamang
onder v.l.n.r.: Riatea Tamang, Saila Tamang, Men Bahatura Tamang, Pasang Tamang, Men Kumar Tamang

Rond twee uur zijn we bij Summit trekking. Onderweg zijn al drie mensen van de groep uitgestapt (o.a. de kok), zonder nog iets te zeggen. Nu is ook iedereen meteen bezig, terwijl Bajraman met ons mee loopt naar het Summit hotel, waar we de komende twee dagen zullen overnachten. We nemen afscheid van hem en beloven nogmaals dat we de foto's morgen of overmorgen bij Summit af zullen geven.
We kunnen al vast naar de kamer, waar de opgeslagen bagage gebracht zal worden. Zodra deze er is, gaan we het vuil van ons af douchen, hoewel het water minder warm is dan we gehoopt hadden.
We gaan allereerst de tickets ophalen en daarna brengen we de foto's van de groep weg. We hebben voor de trekking met Femke en Wilko afgesproken dat we elkaar vanavond om half tien op een bepaald terras zullen ontmoeten. We gaan eerst checken of er e-mail is en vinden een berichtje van Femke en Wilko met het adres van het hotel waar ze overnachten. We besluiten daar langs te gaan om te kijken of ze misschien aanwezig zijn. Dat is niet zo, maar we kunnen wel een berichtje achterlaten. Het is etenstijd, dus gaan we bij het naastgelegen restaurant eten. Zalige biefstuk. Femke en Wilko komen binnen als we alles net op hebben. Zij hebben nog niet gegeten, maar wel ergens gereserveerd. We hebben dus een poosje om de verhalen aan elkaar te vertellen en dan moeten ze weg. Wij gaan de foto's ophalen en dan terug naar het hotel. 's Avonds drinken we in het hotel nog een aantal lekkere cocktails aan de bar en eten wat nootjes.

Vrijdag 10-11-2000
Vandaag gaan we naar het hindoeïstische tempelcomplex Pashupatinath en het boeddhistische dorp Bodhnath. We nemen een taxi bij het hotel en laten ons aan de buitenkant van Pashupatinath afzetten. Na een korte wandeling door het dorp komen we bij de heilige rivier de Bagmati. Aan deze rivier liggen links van de twee voetbruggen over de Bagmati vier ghats (rituele bad- en crematieplaatsen) voor de normale mensen en als wij hier aankomen is er één lijkverbranding bezig. Op een andere ghat zijn ze een nieuwe stapel aan het maken en het lichaam wat hier verbrand zal worden, ligt er al klaar. Voor de royalty zijn speciale brandstapels aanwezig voor de ingang van de tempel aan de rechterkant van de twee voetbruggen.

Aan de rechterkant van de rivier staan een 11-tal stenen chaityas (kleine stupas) en daar lopen aardig wat rare figuren rond, zoals de man op de foto. De tempel ligt aan de overkant van de Bagmati-rivier en is alleen door Hindoes te bezoeken. De tempel van Pashupatinath is de belangrijkste Hindoe tempel in Nepal en één van de belangrijkste Shiva-tempels op het Indiase subcontinent. Shiva is de vernietiger en ontwerper van het Hindoe pantheon en heeft vele verschijningsvormen. Zijn slechte vormen zijn waarschijnlijk het beste bekend, vooral zijn verschijning in Nepal als de gemene en destructieve Bhairabs. Maar Shiva heeft ook vreedzame reincarnaties inclusief die van Mahadev en Pashupati, de god van de beesten. Als de herder van zowel de beesten als de mensen, laat Shiva als Pashupati zijn vriendelijkste en creatiefste kant zien. Van Pashupati wordt gedacht dat hij een speciaal belang in Nepal heeft en daarom verschijnt hij in elk bericht van de koning. Voordat de koning een belangrijke reis gaat maken, zal hij altijd een bezoek brengen aan de tempel van Pashupatinath om de god's zegen te verkrijgen. Omdat Pashupati niet bloeddorstig is, worden er in deze tempel geen dieren geofferd en zijn objecten van leer (dat komt immers van de heilige koe) in de tempel niet toegestaan.

 

Vandaag is er een speciaal festival, waarvoor veel Hindoes naar de tempel en de rivier komen. Het is een enorme kleurenpracht.

 

Overal lopen aapjes rond. Het kleine aapje mogen we wel van heel dichtbij fotograferen en hij heeft al de tijd dat wij hier waren niet bewogen. We kunnen niet achterhalen wat er mis is, maar hij kijkt wel erg zielig.

Zoals gezegd mogen we de tempel niet binnen en alleen vanaf de rivier kun je de tempel nog een beetje redelijk zien liggen.

Overal gooien mensen bloemen in de rivier en sommigen maken zelfs een bootje van een blad, waar ze bloemen inleggen en een vuurtje in maken. Deze bootjes worden vervolgens midden in de rivier geplaatst. Ruim een uur blijven we in de buurt van de rivier rondhangen.

In de achterstraatjes worden souveniers verkocht, maar ook veel bloemen ivm het festival. Ook zien we diverse stalletjes waar ze kleurstoffen verkopen.

  

We maken ook nog een aantal foto's van de prachtige mensen die hier rondlopen.

We besluiten verder te gaan naar Bodnath. Dit dorp ligt slechts twee kilometer van Pashupatinath verwijderd, dus we gaan vanzelfsprekend te voet. Onderweg passeren we de Gorakhnath tempel en de Guhyeshwari tempel en zien we nog heel erg veel apen. Ze zijn onwijs brutaal en de grootste presteert het om een plastic zak uit de handen van een voorbijganger te graaien. Een poging om de plastic zak terug te pakken, lokt een boze reactie van de aap uit. De man houdt het dan maar voor gezien en loopt verder.

De stupa van Bodnath is al vanaf grote afstand zichtbaar. Het is de hoogste stupa in Nepal en één van de grootste ter wereld. Bodnath is het religieuze centrum van Nepal's aanzienlijke Tibetaanse bevolkingsgroep en er zijn een aantal kloosters en veel kleine winkeltjes die Tibetaanse kunstvoorwerpen verkopen.

Van dichtbij is de stupa natuurlijk nog veel mooier. De basis van de stupa heeft de vorm van een mandala (symboliseert de aarde), op de aan vier kanten verbonden basis zit de koepel (symboliseert het water), dan komt de spits (symboliseert het vuur), de paraplu (symboliseert de lucht) en de top (symboliseert het hemelse). De boeddha's oplettende ogen kijken in vier richtingen vanuit het vierkante centrum van de spits. Er is een derde oog tussen en boven de twee normale ogen en de 'neus' is eigenlijk geen neus, maar het Nepalese nummer één (symboliseert de eenheid van al het leven). Dit spits bestaat uit dertien stappen, die de dertien fases van de reis naar het Nirvana voorstellen. Rond de basis van de stupa's ronde berg bevinden zich 108 kleine beeldjes van de Dhyani Buddha Amitabha. Een stenen muur rond de stupa heeft 147 nissen, elk met vier of vijf gebedsmolens met daarop de tekst om mani padhme hum.
Michael voelt zich vandaag niet zo lekker, dus gaan we op een dakterras van een restaurant zitten, zodat Michael van het toilet gebruik kan maken.

Vanaf het dakterras hebben we een prachtig uitzicht op de tempels die aan dit plein liggen. Als Michael zich weer iets beter voelt gaan we de tempel beklimmen. Iemand probeert ons op te lichten: er staat een bord dat de entree gratis is, maar toch probeert hij ons veel geld te laten betalen om naar boven te gaan. Ik maak bezwaar en dan mogen we ineens doorlopen zonder te betalen...

Na deze beklimming gaan we de rest van het dorp bekijken. Er liggen hier diverse boeddhistische tempels. Wat een verschil met Tibet: de tempels zijn duidelijk welvarender en hier hangen overal foto's van de Dalai Lama.
's Avonds hebben we met Femke en Wilko bij een restaurant in het centrum van Patan afgesproken. We eten lekker en gaan daarna nog wat drinken. Dat valt minder in de smaak. Niet al te laat gaan we terug naar het hotel, waar we nog maar een lekkere borrel aan de bar gaan drinken

Zaterdag 11-11-2000
Laatste dag en vertrek naar Nederland
Michael is de hele nacht ziek geweest. Hij heeft diverse malen overgegeven en voelt zich echt belabberd. Ik ga ontbijt voor hem halen in het restaurant en aan de receptie vragen of we tot vertrek in onze kamer kunnen blijven. Dat kan gelukkig.
Omdat Michael ziek is, ga ik alleen souveniers kopen. Ik koop een thanka met daarop de wheel of life. Deze geeft weer hoe ons verlangen ons vastbindt aan Samsara, de eindeloze cyclus van geboorte, dood en wedergeboorte. Het wiel zit vast in de mond van Yama, de koning van de dood. De binnenste cirkel geeft door middel van een drietal beesten (hoender, varken en slang) aan hoe het verlangen overgaat in domheid en deze overgaat in haat of angst. De tweede ring is verdeeld in figuren die opklimmen door de koninkrijken aan de linkerkant en afdalen aan de rechterkant. De zes binnenste sectoren van het wiel symboliseren de zes koninkrijken van wedergeboorte: goden, vechtende Titanen en mesen (de bovenste koninkrijken) en hongerige goden, hel en dieren (de lagere koninkrijken). Alle wezens worden herboren door deze cyclus afhankelijk van hun karma. In elk koninkrijk probeert boeddha zijn leer mede te delen (het dharma). De twaalf buitenste segmenten geven de 12 levens weer.

Natuurlijk loop ik ook even over Durbar Square van Patan en maak een foto en korte video-opnames zodat Michael ook nog kan zien hoe het er hier uitzag. Ik zie trouwens maar weinig verschil met Kathmandu. Volgens ons ticket moet om zes uur ons vliegtuig naar Delhi vertrekken. Op de luchthaven staat alleen maar acht uur aangegeven en de vlucht is niet vertraagd! Dat wordt dus wat langer wachten. We hebben 660 roepies luchthavenbelasting betaald, dat is wel minder dan wanneer je rechtstreeks naar Amsterdam vliegt. Het is hier wel een zooitje. We zitten bijna in een vliegtuig naar Bombay omdat we in willen checken als dat blijkbaar nog niet kan. Als we dan eindelijk wel in mogen checken duurt het allemaal erg lang. We mogen ook niet per tweetal inchecken, omdat onze kaartjes allemaal tegelijkertijd geboekt zijn. Dat betekent dus weer dat we niet per tweetal naast elkaar kunnen zitten. Op Delhi is het helemaal een ongeregelde boel. Men communiceert niet met de passagiers, maar geeft ze alleen opdrachten. Dat levert behoorlijk wat verwarring op. Uiteindelijk komt het toch goed: we zien onze bagage, hebben een label voor de handbagage en kunnen instappen. Wel worden we twee keer ondervraagd over onze bagage: van wie is het, wie heeft het ingepakt, hebben we iets van een vreemde bij ons etc. Al met al zijn we met het hele gedoe zo lang bezig dat we nauwelijks de tijd hebben om te eten. En dat terwijl pas om half twee vanuit Delhi de vlucht naar Amsterdam gaat. In het vliegtuig slapen we redelijk, maar we zijn toch blij als we rond half zeven op Schiphol landen. Als de bagage van de band rolt, worden we meteen geconfronteerd met het Nederlands weer: alles is kletsnat. En dat terwijl na vijf weken nauwelijks een druppel regen gezien te hebben. Een prachtige huwelijksreis is voorbij!




kaart Indiaas subcontinent Klik op de foto om via de kaart van het Indiaas subcontinent een ander land te kunnen selecten.

Wereldkaart Klik op de foto om via de wereldkaart een ander land te kunnen selecten.

Ga naar beginpagina homepage Geja en Michael Klik op de foto om naar de beginpagina van de homepage van Geja en Michael te gaan